Het leed dat boodschappen doen heet.

Het is zaterdagmiddag rond een uur of vijf. We lopen richting de Albert Heyn, Elliot en ik. Boodschappen doen stond al nooit hoog op het lijstje van favoriete bezigheden, maar sinds ik kinderen heb is het zo’n beetje het allerlaatste op de wereld wat ik wil doen. En het mooie is: het hoeft tegenwoordig niet eens meer! ‘Boodschappen doen is zó 2016,’ zei een vader die ik van de speeltuin ken. Hij heeft gelijk, want niks zo makkelijk dan vanaf je mobiel boodschappen doen bij Picnic (nee, dit is geen #spon).
De app heb ik al een tijd geleden geïnstalleerd, maar chaotisch als ik ben kom ik er iedere dag precies na 22:00 uur (de uiterlijke besteltijd) achter dat ik weer vergeten ben om naar de online supermarkt te gaan, waardoor een tripje naar de offline supermarkt helaas een must is.
En dat is de laatste tijd wel een dingetje. Dat tripje naar de Albert Heyn/Jumbo ziet er namelijk zo uit:

  1. kinderen aankleden
  2. Elliot in de auto zetten
  3. Olive in de maxicosi zetten die daar compleet van over haar toeren raakt, want ???
  4. Olive in de auto zetten
  5. Olive weer uit de auto halen, want poepluier
  6. Olive verschonen
  7. met een schuin oog in de gaten houden of niemand Elliot uit de auto jat
  8. Olive terug in de auto zetten
  9. Pippa naar binnen roepen
  10. met een verhitte kop naar mijn huissleutels zoeken
  11. sleutels in de speelgoedtractor van Elliot vinden
  12. na drie kwartier dan eindelijk vertrekken
  13. zoveel mogelijk blijven rijden zodat olive niet bij elk stoplicht begint te krijsen
  14. parkeren en met een maxicosi van 7 kilo en een stuiterende peuter aan de arm richting de karretjes
  15. proberen Elliot in de kar te krijgen voor hij de kleine karretjes ziet
  16. Te laat
  17. Gillende Elliot met gestrekte benen in het zitje van de kar proppen
  18. Voorbijgangers de ‘ik heb alles onder controle’-lach toewerpen
  19. Met kar vol gillende kinderen de supermarkt in
  20. Praatjes maken met bezorgde oma’s die tevergeefs poging doen tot het opvrolijken van één of beide kinderen
  21. Zo snel mogelijk richting de kassa, oppassen dat Elliot niks jat
  22. Buiten weer een drama oplossen omdat Elliot in de helicopter wil en er al duizend andere kinderen inzitten
  23. Het hele auto-circus opnieuw doen
  24. Beseffen dat je liever de marathon rent. Op blote voeten. Over legoblokjes.

En dus ben ik blij dat ik vandaag maar één kind mee hoef te nemen in plaats van twee. Elliot mag van mij een klein karretje pakken dus dat drama hebben we niet. Vol goede moed gaan we door de poortjes de supermarkt in. De groenteafdeling gaat goed. Hij zoekt zijn eigen fruit uit die hij enthousiast in het karretje kwakt. Dit keer geen death stare van mensen die zich irriteren, maar hier en daar een lach omdat ze hem schattig vinden.
Dat verandert direct wanneer we op de broodafdeling komen en Elliot een croissantje wil. Dat “monster” heb ik zelf gecreëerd omdat ik hem regelmatig een croissantje in zijn hand gaf tijdens onze boodschappenronde door de Jumbo. Afgekeken bij mijn buurvrouw die ik toen met een heel zoet kind in de kar voorbij zag lopen. Maar het is nu vijf uur en eigenlijk geen tijd meer voor een croissant, dus zeg ik: ‘Nu niet.’
Fout! Fout! Fout!
Elliot werpt zich op de grond en begint aan zijn peuterdrama act. Ik begin te lachen, want ik vind het oprecht heel grappig om te zien hoe theatraal hij op zo’n moment is. Een chique dame met stokbrood in haar handen vindt het wat minder. Ze trekt een wenkbrauw op terwijl ze op een Tel Sell commercial-waardige manier om Elliot heen stapt. De medewerkers van de broodafdeling staan te grinniken achter de balie en wachten mijn reactie af. Dan moet ik er toch maar wat aan gaan doen. Ik til Elliot op, maar hij laat zich zo slap als een vaatdoek weer op de grond zakken. ‘Kom op!’ zeg ik streng. ‘Nu lopen, ik heb hier geen zin in!’
Elliot moet er niks van hebben. Hij rolt over de grond. Weer til ik hem op en zet hem achter zijn karretje. ‘Lopen! NU!’
Elliot voelt dat het menens is, maar grijpt toch nog een bakje mini donuts die hij bovenop de andere boodschappen gooit. Ik laat het toe, als we nu in vredesnaam maar doorlopen. Laat mij maar die concessie-moeder zijn.
Buiten aangekomen is de helicopter zowaar vrij van andere kinderen. Elliot klimt er meteen in. Ik vind 50 cent in mijn portemonnee en zet het ding aan, die begint meteen hysterisch op en neer te bewegen. Elliot binnen een seconde in paniek. Gelukkig wil hij door de schrik wel meteen naar de auto.

‘s Avonds deel ik mijn supermarktervaring met Lennart. ‘Wat een drama! Morgen laat ik weer lekker bezorgen door Picnic,’ zeg ik terwijl ik een hap uit een concessiedonut neem. ‘Hoe laat is het eigenlijk?’
Lennart kijkt op zijn horloge. ‘Tien over tien.’