14 Weken: het verhaal van Olive.

23 WEKEN EN 3 DAGEN
‘Begrijpt u het, mevrouw Hubner?’ De gynaecoloog van het ziekenhuis in Delft kijkt me aan met een ernstige blik, wachtend op mijn bevestiging. Ik knik, want ik begrijp het maar al te goed. Na wat ik dacht dat een simpele controle zou worden in verband met wat bloedverlies, word ik met spoed opgenomen in het ziekenhuis in Leiden. Zowel de verloskundige als de gynaecoloog hebben een ontsluiting gezien die past bij de laatste weken van een zwangerschap. De kans is dus groot dat ik nu ga bevallen. Met 23 weken en 3 dagen. Als dat gebeurt, dan heb ik niks. Een dood kind. Dat is bij de wet zo geregeld hier in Nederland. Pas vanaf 24 weken wordt er aan actieve opvang gedaan en laten we eerlijk zijn, ook dan zijn de kansen voor je kind nihil.
Dus ja, mevrouw de gynaecoloog, ik begrijp maar al te goed wat je zegt.
‘Misschien is het handig dat je je man belt, dan kan hij naar je toe komen.’
Ja, dat kan, ware het niet dat het nu 8 uur vroeger in Texas is en het een kleine 20 uur duurt voordat hij hier is mits hij nú in het vliegtuig stapt. De gynaecoloog slikt. ‘Wat lastig dat je man nu in het buitenland is. Is er iemand anders die met je mee kan?’
Gelukkig zijn daar Annelou en even later mijn moeder om me bij te staan. Ik word met de ambulance naar Leiden gebracht. Daar hetzelfde verhaal, dezelfde onderzoeken. ‘Begrijpt u wat we zeggen, mevrouw Hubner?’
Ik begrijp het.

24 WEKEN EN 3 DAGEN
Wonder boven wonder zien de artsen een verandering in mijn baarmoedermond, die is namelijk weer lang. Mij is uitgelegd dat ik de baarmoedermond moet ziet als een paar lippen die je strak kan trekken of kan tuiten. Nu is mijn baarmoedermond kennelijk aan het tuiten en zien ze, ook omdat ik geen weeën heb, geen gevaar meer. Ik mag naar huis, maar het is belangrijk dat ik niks doe. Elliot niet op tillen, geen vaatwasser uitruimen, geen rondje met Pippa, helemaal niks.
De bank is mijn nieuwe territorium die ik afbaken met popcorn, repen chocola, mijn MacBook, de afstandbediening en mijn favoriete groene plaid. Dat klinkt allemaal leuk, maar geloof me, dat verveelt al heel snel. Maar het is voor het goede doel en als ik het zo vol kan houden om de baby vast te houden, dan doe ik dat, dat begrijp je.

27 WEKEN
Wederom bloedverlies. Het is maar weinig en bij de vorige twee keer was het én vals alarm én moest ik toch weer een nacht in het ziekenhuis doorbrengen. Ik overweeg om het te negeren omdat ik geen zin heb om weer een nacht te zweten op zo’n plastic ziekenhuisbed.
Toch bel ik maar even, voor de zekerheid. Uiteraard willen ze me zien dus pak ik opnieuw mijn weekendtas in, ook voor de zekerheid, en stappen we weer in de auto. In Delft aangekomen krijg ik voor de zoveelste keer een echo, een hartfilmpje en een inwendig onderzoek. Bij dat laatste zie ik aan het gezicht van de gynaecoloog dat het niet goed is. Ze kijkt nog eens via de echo en ik ben inmiddels zo getraind dat ik óók iets zie wat niet klopt: een uitpuilende vochtblaas. Er hing dus letterlijk een stuk van de vruchtzak uit mijn baarmoedermond die ervoor zorgde dat ik een ontsluiting van 2 cm had.
De gynaecoloog komt behoorlijk paniekerig over. ‘Ik ga je naar Leiden sturen,’ zegt ze. ‘Ik laat direct een ambulance komen. Het ziet ernaar uit dat je gaat bevallen. Ik ga je meteen longrijping geven. En magnesium en weeënremmers.’ Ze legt me uit waar alles voor is. Op mijn vraag of ik nog naar het toilet mag schud ze heftig haar hoofd. ‘Je moet nu plat blijven, iedere minuut telt. Begrijpt u dat, mevrouw Hubner?’
Ik begrijp het.

In de ambulance word ik overvallen door de hitteaanval die magnesium heet. Mijn adem is zo heet dat ik het idee heb dat ik zo vuur ga spugen. De ambulancebroeder, dezelfde van de vorige keer, probeert me een beetje af te leiden door met me te kletsen. Ik probeer nog een beetje beleefd te antwoorden, maar op een gegeven moment staar ik maar wat door de openingen in de raamfolie naar buiten en zie al snel weer het gigantische gebouw van het LUMC opduiken.
Ik word op bedrust gezet, ik mag zelfs niet met mijn benen over de rand bungelen. Lennart blijft bij me slapen en we tillen daar onze relatie naar een heel nieuw level: het bejaardenlevel. Hij helpt me met de po, wast me en smeert me in met bodylotion want de artsen vinden dat ik altijd zo lekker ruik en die reputatie wil ik graag behouden. De baby komt gelukkig die dag niet. En de dag daarop ook niet. En die daarop en daarop ook niet. Hoewel ik me eigenlijk heel goed voel en de baby het ook goed doet, ziet het er niet naar uit dat ik voor mijn bevalling nog thuis kom. Wanneer die bevalling gaat plaatsvinden dat weten we niet. Het zou kunnen zijn dat ik het uitzing tot de uitgerekende datum (1 augustus), maar het kan ook ieder moment zijn. Als ik de dertig weken maar haal, denk ik. En 30 wordt mijn nieuwe streefgetal. Volgens de artsen zitten we qua termijn al aan de gunstige kant. ‘Baby’s die met 27 weken geboren worden hebben hele goede overlevingskansen.’ Wel met een boel complicaties, die ons haarfijn uitgelegd worden door de neonatoloog. Bijvoorbeeld hersenbloedingen, achterstand in de motoriek of ademhalingsproblemen. Ieder scenario moet besproken worden. ‘Begrijpt u alles wat we net hebben uitgelegd, mevrouw Hubner?’
Ja, ik begrijp het.

28 WEKEN
Ik krijg antibiotica voor een bacterie die ik kennelijk bij me draag. 40% van de vrouwen schijnen het te hebben zonder er last van te krijgen, maar een premature baby zou er ziek van kunnen worden dus krijg ik om de vier uur zo’n heerlijk pilletje. Ik mag inmiddels ook voorzichtig zelf naar het toilet en -thank the lord- douchen!
De baby blijft rustig zitten, maar helaas wel in stuit. Dat is niet handig omdat ze dan een keizersnede moeten uitvoeren. En de placenta ligt precies onder het litteken van de vorige. Dus moeten ze weten welke bloedgroep ik ben voor het geval ze er toch doorheen moeten en er extra bloed aanwezig moet zijn. Die keizersnede baart me wel een beetje zorgen omdat ik bij de vorige de verdoving niet aansloeg. Ik hoop dat de baby draait zodat ze op de natuurlijke manier kan komen, ze is toch nog heel klein. Toch bereiden de artsen ze zich voor op een keizersnede door toch al wat bloed naar het laboratorium te sturen. ‘Voor de zekerheid. Dat begrijpt u toch wel, mevrouw Hubner?’

29 WEKEN EN 5 DAGEN
Ik voel dat ik koorts heb, maar ik lig met de deken tot aan mijn neus te rillen in bed. De verpleger komt mijn temperatuur opnemen, die is 38,9 graden. ‘Ik ga het heel even doorgeven aan de arts,’ zegt hij. Ik app Lennart dat ik me niet lekker voel. Het is iets voor twaalven en hij wilde eigenlijk net gaan slapen. Ik zeg dat hij dat gewoon moet gaan doen en dat ik hem wel app als er iets is, maar dat ik waarschijnlijk gewoon een griepje van Elliot overgenomen heb.
Als ik even later de gynaecoloog de kamer binnen zie komen met het echoapparaat weet ik dat het foute boel is. En dat het fout is dat blijkt; het vruchtwater is aanzienlijk minder geworden, de hartslag van de baby veel hoger dan normaal. Ik heb een infectie in mijn baarmoeder. Het is zaak voor de gezondheid van ons beide dat de baby, die nog steeds in stuit ligt, nu zo snel mogelijk gehaald wordt. En dus lig ik een kleine twee uur later op de operatietafel. Lennart aan mijn zijde. Ik ben bang voor de operatie. Het team in de o.k. spreekt alles duidelijk met me door. Dat ze stoppen als ik iets voel, dat ze bijsturen met pijnstilling waar nodig. ‘Begrijpt u dat allemaal, mevrouw Hubner?’


De operatie is een hel. Hoe kan een lichaam van een kilo of 55 nou niet goed verdoofd worden? Lennart houdt mijn hand linkerhand vast, één van de anesthesisten mijn rechter. Ik huil van de pijn en bid tegelijk dat ze me niet onder narcose zullen brengen omdat ik boven alles nog het meeste bang ben om nooit meer wakker te worden.

Onze dochter Olive wordt om 2:20 uur geboren. Ik heb het gezien en ben daar zo enorm dankbaar voor. Terwijl ze haar aan de andere kant van het doorzichtige plastic doek voor ons hielden, stak ze haar handen naar ons uit alsof ze direct bij ons wilde.
Het duurt maar een paar tellen, dat word ze direct meegenomen voor onderzoek. Ik zie haar pas weer terug op de couveuseafdeling. Lennart komt me, net als twee jaar geleden bij de geboorte van Elliot, op de uitslaapzaal ophalen. Olive ligt al in de couveuse met beademing, ze doet het goed. Ze weeg 1300 gram en is 38 cm lang. Ik dacht dat Elliot klein was toen hij net geboren was, maar Olive doet haar naam eer aan en is als een olijfje zo klein. De familie is naar het ziekenhuis gespoed om haar te zien. Als zij weg zijn gaan Lennart en ik uitgeput slapen.



30 WEKEN
Als ik die dag bij Olive op de couveuseafdeling kom, zie ik dat ze geen beademing meer heeft. Ze ligt helemaal op zichzelf te ademen. De kinderarts zegt dat ze dat prima kan, maar waarschuwt me wel: ‘Mocht het haar toch teveel moeite kosten, dan geven we haar alsnog een zuurstofsnorretje, dat begrijpt u wel.’
Ik begrijp het en vind het allemaal prima. Ik ben nu al zo trots op mijn kleine strijder.

31 WEKEN EN 1 DAG
De kinderarts staat plotseling bij mij in de kamer. ‘Niet schrikken,’ zegt ze. ‘Ik kom met goed nieuws.’
Olive doet het zo goed dat ze al overgeplaatst mag worden naar ziekenhuis in Delft. Ze was wel iets moe van het ademen dus hebben ze haar een zuurstofsnorretje gegeven.
De volgende dag word ze opgehaald met de ambulance. Ik huil natuurlijk de ogen uit mijn kop, want wat een klein mensje en wat een gigantische brancard.



Ik ben blij dat ze zo snel naar Delft gaat, want daar mag ik bij haar op de kamer verblijven.
Dat doe ik nog anderhalve week en besef dan dat er thuis ook nog een kindje zorg nodig heeft. Lennart heeft een flinke middenooronsteking en heeft ook wat ondersteuning nodig. Olive doet het voorbeeldig dus ik ga zonder al teveel zorgen naar huis.

37 WEKEN EN 3 DAGEN
Olive mag naar huis! Dik twee weken eerder dan we hadden gehoopt. Wel met sondevoeding, wat Lennart en ik geleerd hebben toe te dienen.
Mijn vader en moeder hebben het huis versierd om te vieren dat ze thuis is gekomen. Ik vind het spannend om met haar thuis te zijn, want ze is eigenlijk nog maar één dag van de monitor af. Maar ook thuis is Olive een makkelijke baby en maakt ze nog maar twee dagen gebruik van de sonde. Precies met 38 weken bel ik de thuiszorg om het ding te laten verwijderen.
Het genieten is nu officieel begonnen. We hebben een lastige, zware en vermoeiende periode achter de rug en hoewel ik dat alles bijna direct weer vergeet als ik naar die lieve, kleine Olive kijk, is het me toch niet in de koude kleren gaan zitten. Gelukkig kreeg ik vanuit het ziekenhuis de optie om van een (kinder)psycholoog ondersteuning te krijgen bij het verwerken van dit alles.
‘Soms helpt het bij de verwerking van bepaalde ervaringen om erover te schrijven,’ vertelde ze mij. ‘Begrijp je dat?’
Ja, ik begrijp dat.