Marokko blog #2: van ftour naar hasjtour

Schermafbeelding 2016-06-23 om 15.34.48

Een heel ontbijtbuffet voor ons alleen. Dat treffen we op onze eerste ochtend in het hotel aan. Tijdens het boeken van deze vakantie was ik even vergeten dat het Ramadan was, maar dat het daardoor zó rustig zou zijn, dat had ik niet verwacht. Je zou je bijna schuldig gaan voelen om te eten terwijl het vastende personeel toekijkt.
Maar toen dacht ik aan de wijze woorden van mijn Turkse klasgenoot Mustafa, die in de vastenmaand buiten op het schoolplein een sigaretje stond te roken (‘Ramadan – jammer dan.’) en verdween mijn schuldgevoel als een perenijsje in de Sahara.
Ik had gelezen dat Marokkanen het liefst ontbijten met wat olijven, dadels en walnoten dus besloot ik dat ook te doen. Echter kon ik de kaas niet weerstaan en postte ik mijn Hollandse kaasplank met Marokkaanse mintthee (aldus mijn vriendin Lieke in de comments) op Instagram.

Schermafbeelding 2016-06-23 om 15.08.43

Schermafbeelding 2016-06-23 om 15.38.26
Na het ontbijt komt Lennart met het spannende idee om naar de Carrefour om de hoek te lopen. We mogen dan in een chique hotel zitten, maar zes euro voor een reep Rittersport in de minibar blijft in onze opinie toch een beetje idioot. Dus zetten we Elliot in zijn speciaal voor deze reis aangeschafte travel buggy en duwen hem de hitte in. Honderd keer vraag ik me hardop af of het nou wel een goed idee was om Elliot mee te nemen in deze temperaturen, terwijl ik een paar dagen daarvoor nog een grote mond op facebook had. Elliot, daarentegen, maakte zich nergens druk om en vond alles interessant.
Tot onze mijn grote verrassing is de Carrefour onderdeel van een groot winkelcentrum. Mijn shophart maakt meteen een sprongetje en ik stel voor om eerst een rondje winkels te doen. Binnen treffen we een Nike-winkel aan (zelfde prijzen als in Nederland), een Parfois (ook leuk, maar niet voor nu), een Hunkemöller (gaap) en een paar ketens die ik niet ken, maar uitsluitend kleding van polyester verkopen (en dat met 38 graden).
Geen paniek, want die avond gaan we toch naar de oude medina.

Om kwart voor zeven loop ik naar de receptie om een taxi voor half acht te bestellen. Dat is niet mogelijk want om half acht is het zonsondergang en dan is het tijd voor de ftour (maaltijd) in het Marokkaanse restaurant. Of we ook willen aanschuiven. Hm… niet vasten, maar wel aanschuiven bij de ftour… Helemaal niks om je verder schuldig over te voelen… En dus knik ik ja. ‘Lekker.’
We beginnen met een soort van tappas van Marokkaanse zoetigheden, rozijnen (Elliot blij) en de onmisbare dadels. Daarna krijgen we Marokkaanse soep (Elliot weer blij), heerlijke zalm en een soort van pasteitje wat zoet, maar ook hartig is. Alsof dat nog niet genoeg was mogen we nog langs het buffet vol met Arabische gerechten uit verschillende streken en natuurlijk eten uit de tajine (niet de Big Tajine). Ondanks onze foodcoma laten we toch nog een chauffeur komen om ons naar de Bab Boujloud (blauwe poort) te brengen.

In de minivan van Hotel Sahrai dringen we de binnenstad van Fez binnen. Om ons heen scheuren de rode petit taxi’s die alles doen, behalve zich aan de verkeersregels houden. Ik vraag me af of er überhaupt verkeersregels zijn hier. Dan duikt die grote blauwe poort op. Het is er druk. We zien mannen en vrouwen in djellaba. Alleen maar djellaba’s, waar je ook kijkt. Geen enkele toerist. Het laatste avondgebed is bezig en de moskee die naast de poort staat blijkt te klein voor iedereen dus bidden de mannen op straat. De minivan scheurt achter ons weg als we verslagen om ons heen staan te kijken. ‘Waar de fuck zijn we naartoe gegaan?’ vraagt Lennart zich hardop af.

We gaan onder de poort door en komen in het doolhof van 9000 smalle straatjes. Er springt meteen een zweterige man voor ons. Of we willen eten in zijn restaurant. Ik lach en schud mijn hoofd. Dank u vriendelijk, maar ik krijg al diarree door naar u te kijken.
Zonder concreet plan beginnen we te lopen. Ondanks dat de meeste winkeltjes gesloten zijn is het druk in de medina. Overal rennen kinderen, mensen zijn op weg van de moskee naar huis of hangen gewoon een beetje op straat rond. Zo stuiten we op een gegeven moment op een groepje jongens. ‘Stop!’ roept één van hen naar ons. ‘Jullie lopen naar de uitgang. Die kant op is er niks meer en alles is gesloten. Jullie kunnen beter die kant op gaan.’
We keren de buggy om. ‘Ah, dank je wel. Dan lopen we terug.’
‘Mijn broer laat wel even zien waar jullie naartoe moeten,’ zegt de jongen weer.
Eén van de jongens staat op en wenkt ons. ‘Kom.’
En dat was onze eerste fout als toerist. Want niet alleen liet broer ons zien welke kant we op moesten, maar we kregen direct een tour door de medina. Langs de oudste universiteit van de wereld die nu als Moskee dient (waar we niet naar binnen mochten), naar het plein waar alle koperbewerkers zaten (maar nu even niet) en het artisan-gedeelte waar vooral Henna werd verkocht (achter de gesloten luiken). Ik fluister naar Lennart dat ik het allemaal maar niks vind. Lennart voelt me veilloos aan en zegt tegen onze spontane gids dat het tijd is voor Elliot om te slapen. Hij begrijpt ons en belooft ons terug te brengen naar de poort. Als we daar aan komen haalt hij nog een boterhammenzakje uit de zak van zijn djellaba met daarin iets bruins. ‘Weten jullie wat dit is? Hasj. Het is legaal in Marokko. Willen jullie wat roken?’
‘Nou, bedankt,’ zegt Lennart, ‘maar we komen uit Nederland. Daar is genoeg hasj te roken.’
De gids is teleurgesteld, maar krijgt dan een ingeving. ‘Als jullie willen zien hoe het gemaakt wordt… Mijn familie maakt het in de bergen.’
Lennart bedankt nog een keer vriendelijk voor de tour en propt hem wat geld in zijn hand. We maken ons uit de voeten als de gids ons nog na roept. ‘Misschien willen jullie morgen nog een tourtje?’
We zwaaien. ‘Ja, misschien! Doei!’ En we springen in de eerste taxi die we tegenkomen.
Voorlopig even geen tourtjes meer voor ons. Of nou ja, niet zolang er geen f voor staat.

ftour dessert

ftour dessert

voor de bab boujloud

voor de bab boujloud

binnen in de medina

binnen in de medina

IMG_4057

Marokko blog #1: De Reis

IMG_3982
Het is zaterdagochtend als ik snel in de badkamer nog wat Rescue Spray op mijn tong spuit. Ik ben er sinds de dag ervoor mee begonnen, maar voel nog steeds de zenuwen door mijn lichaam gieren. Niet alleen ben ik als de dood om in een vliegtuig te stappen, maar ook om dat vliegtuig naar een land zo’n 3000 kilometer van ons veilige huis te nemen mét een 1-jarige die net geopereerd is.
Ik denk aan die moeder die ik op Facebook voorbij heb zien komen die met haar peuter achter op haar rug de hele wereld over reist. Kom op, Cloeder, als zij het kan dan kan jij dit ook.

Elliot houdt zich heel goed totdat we in een lange rij voor de douane staan. Als we nu thuis waren geweest was het tijd voor zijn middagdutje, maar hier staan we tussen een paar verdwaalde toeristen en een heleboel Marokkanen. We proberen van alles om Elliot een beetje rustig te houden; koekjes, speelgoed, op de schouders zitten, maar niks werkt. Ik heb het gevoel dat iedereen naar ons kijkt dus stap ik met Elliot uit de rij om een beetje met hem heen en weer te lopen. Een man die verdacht veel op de Marokkaanse versie van mijn oom Glenn lijkt rijkt een fles water naar mij uit. In het Duits zegt hij dat hij wellicht wel wat wilt drinken. Omdat ik een beetje wanhopig ben neem ik de fles aan schenk wat water in het flesje van Elliot die direct begint te drinken. Stilte.
De rij lijkt opgelucht. ‘Wat een goed idee!’ zeg ik tegen de man terwijl ik de fles met water terug geef. ‘Natuurlijk,’ antwoord hij terwijl hij zich omdraait naar de rij achter zich. ‘Ik heb dan ook twintig kinderen!’ Iedereen barst in lachen uit en de situatie is gered.
Niet veel later stijgen we op terwijl Elliot lekker in mijn armen ligt te slapen. De rest van de vlucht verloopt zonder al te veel problemen en Rescue Spray.

Drieeneenhalf uur later staan we in een volgende rij, namelijk die voor de paspoortcontrole van Fez. Als we daar eenmaal doorheen zijn staat er een chauffeur te wachten die ons naar het hotel brengt. Een gezellige man die ons de oren van de kop kletst tijdens het ritje in zijn minibus compleet met Perzisch minitapijt. We banen ons een weg door de kruip door sluip door straatjes van de stad met 1 miljoen inwoners. We zien van alles: luxe villa’s, geraamtes van apartementencomplexen die nooit afgemaakt zijn en oude huizen die er al honderden jaren zijn.
En dan het enige Westerse herkenningspunt: de grote, gele M. De chauffeur wijst ernaar. ‘Do you know?’ Natuurlijk kennen wij dat, hallo! Ik kom er zo’n beetje iedere week. ‘It’s the Big Tajine!’ roept hij uit en schatert van het lachen. ‘I like Big Tajine! But is very expensive. But I like. But I don’t tell my wife.’ En weer schatert hij van het lachen.
De toon voor de vakantie is gezet. Marokkanen zijn grappig.

Via een onverhard zandweggetje waar een stel geiten aan staan komen we aan bij het prachtige Hotel Sahrai. Wij kwamen er later achter, na veel vragende blikken van taxichauffeurs, dat je het niet uitspreekt als “sahraai”, maar “sahara-i” (zoals de woestijn). Dat verklaard ook meteen waarom voor het hele gebouw zandsteen is gebruikt. Een oase van rust in het drukke gedruis van de stad.
Als we binnenkomen voelen we ons meteen out of place omdat het zo ongelofelijk chique is. We worden onthaald alsof we royalty zijn met uiteraard een kopje Marokkaanse muntthee. De piccolo (met tulband!) loopt voor ons uit met de koffers naar onze kamer waar we uitzicht hebben op de infinity pool die weer uitzicht biedt op de oude medina van Fez. Als Lennart hem een fooitje (van tien euro, want nog geen kleingeld) heeft gegeven, valt de deur achter ons dicht en kijken we elkaar aan. ‘Het is maar goed dat ik mijn loafers mee heb genomen,’ zegt Lennart.

Het is inmiddels al laat en de buiken beginnen te rommelen (hier nog op een goede manier). Het hotel heeft een Marokkaans restaurant en een Frans restaurant. Omdat we toe zijn aan een simpele maaltijd besluiten wij aan te schuiven op de Pastoe geïnspeerde stoelen op het terras van het Franse Relais de Paris. Gelukkig hebben ze ook nog een kinderstoel die perfect in het decor past.
We bestellen allebei heel veilig kip en krijgen niet veel later een met koriander en andere Marokkaanse kruiden doordrenkte kipfilet voor ons neus geschoven. Huh – was dit niet het Franse restaurant?
Ondanks dat smaakte het best en we waren eigenlijk te moe om er nog wat van te vinden. Elliot kreeg de meest fancy aardappelpure met groente, maar ook hij was te moe om nog veel te eten. Niet veel later klimmen we in ons gigantische bed, dat toch iets minder zacht was dan het van een afstandje leek. We nemen ons voor om de volgende dag Fez in te gaan en vallen dan als twee bejaarden met een baby in slaap.
Het eerste gedeelte zit erop, nu begint het echte avontuur!

IMG_3968 IMG_3986 IMG_3979 IMG_3978 IMG_3977 IMG_3966 IMG_3965 IMG_3974 IMG_3967