Onverwachte vriendschap

Het is maandagmiddag als ik mijn auto vlakbij de Welkom in Arnhem-winkel parkeer. Als ik de rij wachtende mannen zie staan schaam ik me direct een beetje voor mijn eigen gefrustreerde gedrag dat ik een dag eerder in de H&M vertoonde. Keuzestress, noemde Lennart het. Ik noem het verwend rotgedrag.
Ik til de grote met kleding gevulde Ikea-tas uit mijn auto als ik iemand hoor vragen: ‘Can I help you?’
Er staat een jongen, ik vermoed Syriër, op de stoep bij mijn parkeerplaats. Ik bedank vriendelijk, maar zo zwaar is het nu ook weer niet. Als ik langs de rij loop om vervolgens zonder pardon naar binnen te stappen voel ik me toch een beetje opgelaten. Gelukkig staat daar meteen een aardige dame die de tas van me aanneemt. Binnen no time sta ik weer buiten en loop ik terug richting mijn auto. De jongen staat er nog. Hij lacht naar me en zegt: ‘Dank je wel.’
‘Graag gedaan,’ antwoord ik. Mijn oog valt op de kartonnen Michael Kors-tas in zijn handen waar met zwarte stift “ondergoed en sokken” opgeschreven staat. Ik vraag aan hem of hij wat spulletjes in de winkel heeft opgehaald. Hij knikt, maar wijst naar zijn slippers. ‘I have no shoes.’

De volgende dag heb ik met Bashar (26 uit Syrië) voor De Koepel (gevangenis in Arnhem, tijdelijk opvang voor vluchtelingen) afgesproken. Wat een geluk dat hij maat 42 draagt en dat ik toevallig nog een paar bijna ongedragen herenschoenen had staan. Mijn vader heeft nog een zak met kleding en een warme jas meegegeven. Als hij het ziet zegt hij dat het teveel is. We kletsen een tijdje en we wisselen telefoonnummers uit om contact te houden. Via WhatsApp vertelt hij  zijn verhaal; over zijn vrouw die nog in Turkije zit, hoeveel hij haar mist, over de rubberboot, over de landen waar hij doorheen is gekomen, over zijn familie in Syrië, over zijn werk bij de bank daar, de oorlog en hoe dankbaar hij is voor de gastvrije Nederlanders.
Voor ik het weet heb ik hem uitgenodigd om op zaterdagavond bij ons te komen eten.

Als het zaterdagavond is ben ik toch een beetje nerveus. Mensen die op de hoogte zijn waarschuwen me: ‘Pas je op? Het zijn getraumatiseerde mensen. Je weet niet wat ze meegemaakt hebben.’ Maar als Bashar in de auto stapt verdwijnt dat gevoel direct. Hij praat ronduit en kijkt uit het raam naar de omgeving. ‘This country is very beautiful.’
Kelly en haar vriend Youssef (zelf op 6-jarige leeftijd uit Libanon gevlucht) eten ook mee. Youssef en Bashar spreken Arabisch en drinken thee terwijl Kelly en ik in de keuken staan. Als Elliot in de box begint te huilen staat Bashar op en neemt hem op schoot. Hij overspoelt hem met knuffels en kusjes. Hij is gek op kinderen. ‘My wife and I want 16 children,’ grapt hij. ‘Just because we love children so much.’ Via facetime is zij er ook nog even bij. We zwaaien naar elkaar via de camera. Ze hoopt ons snel uit te kunnen nodigen om bij haar te komen eten.
Later op de avond stroomt de woonkamer vol met familie, allemaal om Bashar te ontmoeten. Om half twaalf brengt Youssef hem na een gezellige avond terug naar “camp”.

De volgende dag krijg ik een berichtje. Dat hij zich schuldig voelt dat hij me niet mee had geholpen met de afwas. Ik antwoord dat hij onze gast was en dat hij absoluut niet hoefde te afwassen. Wat ik terug krijg ontroert me: ‘I’m not your guest. I’m part of your family.’

12087992_1081025355249979_2004943902573725280_n