Het ritme van de locomotief.

De tweede afspraak bij de verloskundige kwam eraan en ik begon me alweer goed zorgen maken. In mijn opinie had ik allerlei dingen gedaan die achteraf gezien misschien niet zo handig waren voor de baby. Ja, als zwangere van je eerste maak je je over alles druk.
1. Ik had een paar keer best pittig gegeten, maar volgens Joná zouden er dan geen kinderen in Suriname geboren kunnen worden, dus dat had ik al vrij snel weer naast me neer gelegd.
2. Na een volle maand de McDonald’s gemeden te hebben (waar ik anders toch wel wekelijks kom), wist mijn moeder me te verleiden met een whatsappje: Ik heb zo’n zin in Mc. Say no more! Ik ben onderweg. Achteraf had ik toch een beetje spijt.
3. Het optreden van de Bombay Bicycle Club. Dat was toch wel een zorgpuntje. Lennart had de kaartjes al een hele tijd van te voren gekocht, maar hoe dichterbij het kwam hoe meer ik begon te twijfelen of het eigenlijk wel goed was voor de baby. Lennart raadpleegde dokter Google en kwam (zoals bij alles) wisselende berichten tegen. Er zijn mom’s to be die zeggen dat het absoluut niet goed is voor je kindje, maar ook die hun hand niet omdraaien voor een festivalletje. Omdat ik niet helemaal zeker wist wat te doen besloot ik de verloskundige te bellen voor advies. Ik vertelde dat het mijn all time favorite band is en dat ik heel graag wil gaan. ‘Tja,’ begon ze door de telefoon. ‘Wij zeggen niet dat je nergens meer naartoe mag, maar je moet je wel voorstellen dat je kindje een heleboel mee krijgt van de geluiden en dat ‘ie daar behoorlijk onrustig van kan worden. Als je veel getrappel of onrust in je buik voelt dan zal je wel weg moeten.’ We besloten dus om het te proberen. Het kindje kan toch nog niet op die manier horen, dacht ik bij mezelf, het is anders dan dat je daar met zes maanden naartoe gaat. Advies van je moeder blijft toch het best, want zij zei: ‘Steek jij je kop maar eens onder water. Hoor je dan nog wat?’
Maar toen we eenmaal het overvolle Paradiso binnen liepen werd ik toch behoorlijk zenuwachtig. Vooral tijdens het voorprogramma, wat echt het meest verschrikkelijke, schelle geluid ooit was (Childhood, nooit naar luisteren!). Dat voorprogramma heb ik daarom toch maar in de hal afgewacht. Toen de BBC eenmaal zelf kwam was het geluid een stuk beter en hoewel ik af en toe de muziek wel door me heen voelde trillen wist ik me te ontspannen en er van te genieten. Ik heb verder niets raars in mijn buik opgemerkt.
Twee dagen later las ik op mijn pregnancy app dat mijn baby nu kan horen. Dat maakte me toch wel een beetje nerveus. ‘Lenn,’ zei ik. ‘Het kan zijn dat de allereerste geluiden die onze baby heeft gehoord de Bombay Bicycle Club is geweest.’ Lennart lachte. ‘Dan krijgen we misschien wel een rockster.’
4. Ik heb echt heel veel drop gegeten, waardoor je een hoge bloeddruk kan krijgen en dat is dan weer slecht voor de baby. Maar ik kan. er. gewoon. niet. vanaf. blijven.

Dus daar gingen we dan met onze goede gedrag op weg naar de Laar Oost terwijl we bij de Schuytgraaf moesten zijn. Gelukkig zou de verloskundige op ons wachten. Toen we binnen kwamen zat daar in lieve, grijze dame die direct alles met ons door begon te nemen. Hoe ik me voelde, of er bijzonderheden waren, of we vragen hadden. Ze nam mijn bloeddruk op, die bleek erg laag (100/40!). Ik had de afgelopen week met wat duizelige momenten te maken gehad, maar dat heeft dus met mijn bloeddruk te maken. ‘Je mag dus best drop blijven eten,’ zei Lennart. ‘Je moet!’ riep de verloskundige. YES! Mijn gewicht gaat netjes mee, inmiddels 53,5 kilo. En toen was het eindelijk tijd voor dat waar ik op had gehoopt: we gingen voor het eerst naar het hartje luisteren.
Het was eventjes zoeken en heel even schoot het door mijn hoofd: ze kan het niet vinden. Maar al snel klonk daar het snelle ritme van een locomotief, luid en duidelijk – wat een prachtig geluid!
Alles gleed van me af. Weer de bevestiging van leven in mijn buik. ‘Alles ziet er zo mooi uit,’ beaamde de verloskundige. ‘Het kan niet beter.’
Dolgelukkig verlaten Lennart en ik de praktijk. De volgende afspraak is de 20 weken echo, die heel erg spannend is omdat het vooral een medische echo is waarin er gekeken wordt naar eventuele afwijkingen, maar tegelijk ook een hele leuke omdat we dan ein-de-lijk weten of we een zoon of een dochter krijgen. Maar één ding is zeker: meisje of jongen, onze baby is een sterke baby! Misschien wel een rockster.

IMG_20141127_102418 2Deze foto heb ik vandaag genomen. Het gaat hard met mijn buik!

Skippyballen en zombielopen – Zwangerschapsyoga.

c4415d3909493736b57661c2a3fe760bDeze week verruilde ik “normale” yoga voor zwangerschapsyoga. Het blijkt dat je veel oefeningen in de hatha yoga niet meer mag doen omdat die slecht voor jou en je kindje zijn, zoals teveel twistbewegingen of te lang op je rug liggen. Het leek me daarom wel iets om zwangerschapsyoga te proberen waarin je wordt voorbereid op de bevalling, angst die daarbij komt kijken en contact te maken met je kindje. Ja mensen, ik houd wel van een beetje zweverig.
Dus ging ik dinsdagavond -uiteraard te laat- op weg naar kinderdagverblijf Tante Appelboom (spiritueel!) om mijn eerste les te volgen. ‘Je mag aanbellen bij De Egels,’ had de yogalerares in haar email geschreven. ‘Daarna de trap op.’
Met een verhit hoofd kwam ik de trap opgerend waar ik stuitte op een groepje ernstig dikke buiken – holy moly! Dat krijg ik ook nog. Ik besef me dat mijn buikje niks is vergeleken met die van de dames die hier staan. Omdat er eigenlijk niks anders in me op kwam zei ik: ‘Ik neem aan dat dit de yogaklas is.’ Acht hoofden knikten zonder wat te zeggen. Oké, stomme binnenkomer – I get it.
Na een tijdje mogen we de “zaal” in. De zaal is gewoon een vrolijke klas in het kinderdagverblijf met tekeningen aan de muur, Sinterklaas-stickers op de ramen en yogamatjes op de vloer. Ik mis de mooie zaal van Yoga House direct. In het midden van de yogamatjes staan drie kaarsen en twee kannen met thee. We beginnen met thee. De lerares vertelt enthousiast over welke zwangerschapsyogi’s er afgelopen week bevallen zijn of het een jongen of een meisje is en of de bevalling goed was verlopen. Het is heus gezellig, maar ik vraag me op een gegeven moment af of we niet eens moeten beginnen.
Als de bevallingsverhalen voorbij zijn doen we een voorstelrondje met naam, hoeveel weken je zwanger bent en of er bijzonderheden zijn. Naast mij zit een vrouw die al week geleden uitgerekend was.
Vol schrik kijk ik haar kant op. Waag het niet, denk ik als ik naar die GIGANTISCHE buik kijk, waag het niet.
Als iedereen (inclusief de yogalerares) zijn verhaal heeft gedaan gaan we beginnen. Het lijkt niks op de yoga die ik normaal gesproken volg. Het gaat vooral over spieren waar je goed mee kan persen, hoe je met weeën kan omgaan en het woord vagina komt naar mijn smaak iets teveel voorbij. Het is moeilijk om te relaxen als je dat zo vaak hoort, probeer het maar eens. We krijgen veel tips mee over meditatie toepassen als je al weeën hebt, maar nog niet mag persen; je kan bijvoorbeeld loopmeditatie doen (wat resulteerde in een zombie-achtige loop door de ruimte), maar je kan ook een skippybal meenemen naar het ziekenhuis om bepaalde oefeningen op te doen – een skippybal! Het enige wat ik me daarbij kan visualiseren is Kirstie die op en neer stuitert door de gangen van het Rijnstate ziekenhuis.
We sluiten de les af met een eindontspanning waarin we het licht van de zon of maan (dat mag je zelf inbeelden) en veel liefde op jezelf en je kindje laat schijnen. Daarna mogen we iets opschrijven in de kaartjes voor de kersverse mama’s, maar omdat het zo raar is een kaartje te krijgen van iemand die je niet kent heb ik dat maar even laten gaan.
Thuis aangekomen begin ik een beetje te twijfelen of dit nu al prettig vind. Ik begrijp dat je hier heel veel aan hebt als je al in een verder stadium van de zwangerschap bent, maar ik ben nu vooral bezig met fit zijn. Daarom denk ik dat ik twee maandjes wacht voordat ik de lessen echt ga volgen. Die skippyballen komen later wel… of niet.

Oerkracht

IMG_20141117_130424Hoe graag ik ook moeder wil worden, er is één ding waar ik als een dijk tegenop zit: de bevalling. Niet alleen nu dat het er echt aan gaat komen, maar al zolang als dat ik dat ik voor het eerst een bevalling op televisie zag. Er is wat mij betreft niks moois aan. Bloed, persen, zo’n hoofd wat er een half uit hangt, scheuren, pijn – auw! Toch zal ik er over een half jaartje doorheen moeten. En daar komen nu al heel wat vragen bij kijken.
Waar wil je bevallen?
Wil je pijnbestrijding?
Wie wil je erbij hebben? En weet ik veel wat nog meer. Over de locatie ben ik altijd heel duidelijk geweest, ik wil in het ziekenhuis bevallen. Mochten er complicaties zijn dan is alles bij de hand. Dat geeft mij een rustig gevoel. Wil ik pijnbestrijding? JA! Ja, ja, JA! Doe mij die verdoving maar. In Amerika en Zuid Europese landen is het heel normaal dat je verdoving krijgt tijdens de bevalling, maar hier in Nederland moeten wij vrouwen bewijzen dat we oerkrachten hebben. Nou, ik niet! Kijk naar mijn lichaam! Daar is niks oers aan. Een aantal jaren geleden las in in de Libelle (ik zat bij de snackbar te wachten en dat was samen met Mijn Geheim het enige leesvoer dat ze hadden liggen) een interview met een vrouw die een bevalling met en zonder verdoving had gedaan. Haar conclusie was dat ze met ruggenprik veel meer aanwezig was bij de bevalling, het bewuster mee maakte. Ook toen ze haar kleine voor het eerst vast kreeg te houden. Ze eindigde met: ‘Een kies laten we toch ook niet zonder verdoving trekken?’ Inderdaad! dacht ik.

Wie wil ik erbij hebben? Aangezien mijn moeder het al drie keer heeft gedaan en ik er huidig van overtuigd bent dan je op zo’n moment een vrouw bij je moet hebben die weet waar je door heen gaat, wil ik haar er absoluut bij hebben. En natuurlijk Lennart. De rest van de familie mag in de wachtkamer wachten. Ik bedoel, stel je voor dat Kirstie en Kelly erbij zouden zijn. Kirstie die selfies neemt met mijn verhitte perskop en benen in de lucht op de achtergrond (#babysfirstselfie), Kelly die in je gezicht staat te schreeuwen: ‘KOM OP LOEDER, JE KAN HET!’ terwijl ze hysterisch lacht en huilt door elkaar heen. Neeeee, geen Kardashian-show tijdens mijn bevalling.
Tegen Lennart zei ik: ‘Schat, besef je goed dat je dingen van mij te zien krijgt die je nog nooit hebt gezien. Het kan bijvoorbeeld zijn dat ik ga poepen. Zal je dan nog wel van me houden?’
‘Als jij moet poepen,’ antwoordde hij, ‘dan zal ik ook gaan poepen om solidair te zijn met jou. Gewoon daar op de grond, kan me niks schelen.’ Dat belooft wat.

Ach, als miljoenen vrouwen over de wereld het kunnen, waarom ik dan niet. Zo liet ik me vertellen door iemand die het pas heeft meegemaakt dat het je op dat moment echt niets meer doet of je nu poept, plast, schreeuwt, of de gynaecoloog vind dat je even had moet scheren of hoeveel mensen er in de kamer zijn, je bent maar met één ding bezig en dat is zo snel mogelijk je kind op de wereld te zetten. En als dat eenmaal zo is, dan vergeet je die pijn heel snel. Morgen ga ik voor het eerst naar zwangerschapsyoga waarin je goed wordt voorbereid op de bevalling en de angst die daarbij komt kijken.
Wie weet kies ik er dan toch nog voor om mijn oerkracht te tonen.

Bump style

eva-chen

Eén ding waar ik deze zwangerschap echt niet omheen kan is de ongelofelijk trieste, suffe, tuttige POSITIEKLEDING die overal verkocht wordt. Ik bedoel, mag je er meteen niet meer leuk uitzien omdat je moeder wordt? Zelfs van H&M had ik wel iets meer verwacht, maar het is de meest verdrietige afdeling die ik ooit bezocht heb. Niet te spreken over die bende die ze bij de Prénatal verkopen of Mamalicious (het woord alleen al) op de bovenste verdieping van Vero Moda. Of t-shirts met teksten als “baby inside” of “baby loading”. Echt heel, heel verdrietig.

Nu zit ik in zo’n periode van ik pas mijn eigen kleren niet meer, maar ik kan ook nog niet hele lappen elastiek in mijn “mama-skinnyjeans” gebruiken. Het is voor mij dan ook een heel gevecht om ‘s ochtends weer iets uit de kast te trekken waar ik me 1) leuk in voel, 2) wat wel comfortabel zit en 3) bij mijn orthopedische Lacoste-sneakers past die ik nodig heb voor mijn rug. Lastig verhaal, dat begrijp je wel.
Omdat ik behoorlijk hard groei is het niet heel verstandig om al bergen met nieuwe kleding te gaan kopen, ik moet even wachten tot mijn bumpje echt een BUMP wordt.

De meest inspirerende fashion mommy’s heb ik alvast op een rijtje gezet voor als het zover is!

ede72ce1b3a9404fcaf50aba00685a50 IMG_1361

Ik was zo blij toen ik blogger Charlotte van thefashionguitar.com had gevonden. Deze Nederlandse (die nu in New York woont) heeft een paar hele fijne outfits onder “maternity fashion” staan.

6e4bd0740bc74f0649b5ab19a8937af6 64964d38a47df4dd45793f696fbe4bf4

Natascha Goldenberg: Russisch stijlicoon, designer en werkte voor de Russische Grazia. Zucht!

c31ccbf0d9cee0698e174e1dd6957926 28c2456f8cea4b1614884373efa2fc96

Nog een Russisch stijlicoon, namelijk Miroslava Duma die editor was voor Harper’s Bazaar Russia. Ik denk dat ik de hakken even achterwege laat, maar hallo! – zo willen we toch allemaal zwanger zijn?

elle-pregnancy-style-eva-chen-off-shoulder-dress1-xln-xln op

Eva Chen. Lucky editor-in-chief, shopping-obsessed New Yorker staat er in de bio van Instagram account. Misschien moest ik ook maar eens gaan shoppen in New York.

Tranen met tuiten.

Sinds ik zwanger ben is de bank mijn allerbeste vriend geworden. Ik denk dat de “verschikkelijke vermoeidheid” tijdens het eerste trimester het best bewaarde geheim van de wereld is. Er is nog nooit een zwangere vrouw geweest die tegen mij heeft gezegd: ‘Meid, je wordt zo moe dat je niet meer normaal kan functioneren in het dagelijks leven.’  Nee, we zitten met zijn allen op een roze wolk. Misselijkheid, langzaam werkende darmen, puisten en de ongelofelijke huilbuien, daar hebben we het gewoon niet over. Nou, ikke wel!

Zo heb ik in de afgelopen maanden twee keer op de parkeerplaats van de Albert Heyn gehuild omdat ik niet wist wat we moesten eten, maar ook bij de videoclip van Cold Play (‘Wat is het toch geweldig als je daar als fan bij mag zijn!’), omdat Lennart bonbons voor me mee had genomen en omdat ik te moe was om de Hobbit af te kijken. Dit zijn nog maar een paar voorbeelden.
De ergste was toen op die ene zaterdagavond toen Lennart en ik met zijn tweeën in onze minst sexy joggingsbroeken al snaaiend over elkaar heen Geordie Shore lagen te kijken. Ja, wij hebben een ding voor Frikandellentelevisie. In Geordie Shore wordt er natuurlijk non-stop gefeest en het ene na het andere zomernummer kwam voorbij.
‘Ik word altijd een beetje triest van die zomernummers,’ begon ik tegen Lennart. ‘Dan verlang ik gewoon naar dat gevoel van dit wordt de beste zomer van mijn leven, weet je wel?’
Lennart knikt, maar antwoord met: ‘Volgend jaar zomer ziet er heel anders voor ons uit.’
En dat slaat op de één of andere manier in als een bom. Ik besef me plotseling dat het nog maar iets langer dan een half jaartje duurt voordat ons leven volledig in teken van een ander mens gaat staan. Vierentwintig uur per dag onvoorwaardelijke zorg of je daar nu wel of geen zin in hebt, nooit (of bijna nooit) meer onbezorgd met zijn tweeën snaaien op de bank zonder dat je om hoeft te kijken, doen waar we maar zin in hebben. Het is het einde van negen jaar “ons”.
De tranen komen werkelijk vanuit mijn tenen. Logisch dat Lennart hier niks van begrijpt. ‘Wat is er nou?’
‘Nou… gewoon,’ snik ik. ‘Dat dit afgelopen is straks.’
‘Vind je het dan niet leuk?’ vraagt Lennart verbaasd.
‘Natuurlijk wel, je weet hoe graag ik het wil! Maar ik vind dit ook heel erg fijn en ik ben verdrietig dat het afgelopen is.’
Lennart moet erom lachen en geeft me een dikke knuffel. ‘Het wordt super leuk met de baby.’
Ik weet dat het zo is, toch vraag ik: ‘Zullen we beloven dat we af en toe wel tijd voor elkaar blijven maken?’
En dat beloven we.
lennartchloe

 

Ieniemienie mensje

‘Huisartsenpraktijk Schuytgraaf, u spreekt met Anja.’
‘Ja goedemorgen, u spreekt met Chloë Hubner. Ik ehh… ben zwanger en ik weet eigenlijk niet wat ik nu moet doen.’

Ik moest dus de verloskundige bellen, niet de dokter – duh! Dus die belde ik en maakte een eerste afspraak, vijf weken vanaf dat moment. Die vijf weken gingen zo langzaam voorbij en toen de dag eindelijk was aangebroken had ik me al allerlei gekke dingen in mijn hoofd gehaald. Zo had ik onder andere bedacht dat ik helemaal niet zwanger zou zijn. Dat ik dan op die bank zou gaan liggen en dat er niks op de echo te zien was. ‘U bent gewoon dik geworden, mevrouw Hubner,’ zou ze dan tegen me zeggen.
Zenuwachtiger dan voor ons rijexamen gingen Lennart en ik naar binnen bij Puur vroedvrouwen in de Laar Oost (een wijk in Arnhem). Ik ben opgegroeid in de Laar Oost en heb daar regelmatig zwangeren naar buiten zien komen, ik vond het dus heel speciaal dat ik zelf nu naar binnen ging.
Als allereerst moest ik de vragenlijst die ik vooraf had moeten invullen inleveren, werd mijn bloed afgenomen en moest ik wegen. Daarna werden we terug de wachtkamer ingestuurd tot we geroepen werden voor dé echo. Dat duurde niet al te lang. Al snel zaten we tegenover een enthousiaste dame die ons uitlegde dat ze aan de hand van de lengte van de baby precies kon vertellen hoe lang ik zwanger ben en dat als ze niet direct iets kon vinden de echo inwendig gedaan moest worden. Dat zal ik wel weer hebben, dacht ik.
Ze nodigde mij uit om op de bank te komen liggen. Ik waarschuwde haar: ‘Ik moet nu al huilen hoor!’ Daarna gaf ik Lennart het oog van pak je camera erbij dit is een latergram-momentje.
De koude gel waar ik al een week over in zat was gelukkig helemaal niet zo koud en toen de transducent op mijn buik geplaatst werd was daar plots… een baby.
Een mensje! Een ieniemienie klein mensje die daar lekker lag te woelen. Een handje dat even langs het hoofd op ging, allemaal zo duidelijk.
Lennart kneep in mijn schouders. Ik kon mijn tranen gelukkig een klein beetje onder controle houden en zei: ‘Dit zit nu in mij.’
Ons baby’tje werd opgemeten en ik bleek een dag langer zwanger te zijn dan de berekening van mijn zwangerschaps-app. De uitgerekende datum is 15-5-2015.
Leuke datum, maar ik was vooral heel blij dat ik écht zwanger ben en niet gewoon dik (voor mijn doen dan hè). Zwevend gingen we met de foto van het mini mensje in mij door van het ene kamertje naar het andere kamertje. In dat andere kamertje moest ik een uur vragen beantwoorden.
‘Gebruik je medicijnen? Heb je wel eens in het ziekenhuis gelegen? Komt er suikerziekte voor in je familie? Heb je allergieën? Zijn jullie familie van elkaar?’
Wait… what? Zijn wij familie van elkaar?
Ik keek Lennart aan. ‘Ik mag hopen van niet!’ antwoordde ik.
De verloskundige vertelde dat het wel moest vragen, want helaas komt dat wel eens voor – ziek! En nu we het er toch over hadden (zo leek het dan) of we nagedacht hadden over of we op downsyndroom willen testen. Nou ja, het zit zo; ze meten het nekvelletje van de baby op en daar kan uit blijken of je kind een verhoogde kans op downsyndroom heeft. Als je een verhoogde kans hebt (bijvoorbeeld 1 op 200) dan kan je verder testen en uiteindelijk de zwangerschap afbreken. Dat is allemaal ook niet zonder risico en dan is het ook nog eens zo dat ze je nooit 100% ja of nee kunnen geven.
Terwijl dit allemaal aan ons verteld werd zag ik het beeld van de echo weer voor me. Dat kleine baby’tje die daar zo in mijn buik ligt te woelen. Die kan ik toch niet meer “weg laten halen” nu dat ik het gezien heb. En als de kans op een kindje met downsyndroom 1 op 300 is, nou dan weet ik nu al hoe ik de komende zeven maanden ga doorbrengen: piekerend.
De verloskundige geeft ons een paar dagen de tijd om erover na te denken.
Ik besluit het hier met mijn familie over te hebben. Als ik op een avond bij oma ben zijn Kelly, Jona en Florence er ook. Ik vertel ze over de test en vraag of zij die zouden doen. ‘Ja! Doen!’ roepen ze in eerste instantie, maar Kelly komt er al snel op terug.
‘Kijk,’ begint ze tegen Jona. ‘Het is een beetje als hele goede seks hebben in het donker met iemand die je niet kent. Dan kan je het licht aan doen, maar dan loop het risico dat je erachter komt dat diegene heel lelijk is. Dan kan je het licht beter uitlaten en ervan genieten.’
Typische Kelly-wijsheid.
Na deze hilarische avond van slechte grappen ben ik niet veel verder, maar heb ik in elk geval wel veel gelachen.
Inmiddels is het twee weken later. Ik heb de verloskundige niet meer gebeld voor de test, we gaan het niet doen. Lennart en ik zijn allebei gezond en behoren niet tot een risicogroep qua leeftijd. En het voelt goed… voor ons allebei.
Lief ieniemienie mensje, je bent welkom en ik ga hoe dan ook van je genieten, zeker nu ik je nog zo dicht bij mij heb.
 IMG_20141021_215301

#Latergram!

Plusje minnetje

Zondagochtend, acht uur. Normaal ben ik nooit zo vroeg wakker, maar vandaag werd ik al eens om zes uur wakker en nog een keer om zeven uur, maar nu om acht uur kon ik het niet meer ophouden. Ik moest plassen.
Naast mij ligt Lennart nog lekker te slapen. Ik duw hem zachtjes tegen zijn bovenarm. ‘Lennart… (niks) Lennart… (niks) Lenn… (murmelt een beetje) Lennart!’
Hij wordt wakker. ‘Ik moet plassen.’
Lennart zit direct rechtop in bed. ‘Moet ik mee?’ vraagt hij.
‘Nee, maar je moet wel voor mij timen.’

Ik verdwijn de badkamer in met een leeg glas. Het is testdag en ik ben precies een week overtijd nu. Als er één ding is dat ik heb geleerd in de afgelopen periode is het dat te vroeg testen enkel teleurstelling oplevert, dus had ik me nu streng voorgenomen te wachten tot ik een week “laat” was. Ik lees gebruiksaanwijzing van mijn Clearblue zwangerschapstest nog een keer door voor de zekerheid. Het is simpel; je piest in een glas, je houdt het staafje er 5 seconden in en wacht op een plusje (zwanger) of een minnetje (niet zwanger). Het kan drie minuten duren voor het resultaat zichtbaar is.
Als ik mijn glaasje vol heb (ieuw!) tel ik met Lennart, die in bed klaar zit met zijn telefoon, af en houdt het staafje met trillende handen in het glas.
Na vijf seconden haal ik het eruit en doe de dop erop. Ik loop naar de slaapkamer. Lennart heeft de verpakking van de test in zijn handen. ‘Wat moet erin staan?’ vraag in nogmaals terwijl ik zenuwachtig naast het bed van de ene op de andere voet hop.
‘Een plusje.’
Ik kijk in het venster waar nu zichtbaar resultaat begint te komen.
‘En wat staat er in het kleine venstertje?’
‘Dat kan een minnetje zijn,’ antwoord Lennart, ‘maar dat maakt niet uit, als je maar een plusje hebt.’
Ik kijk weer.
Ik heb een plusje.
Ik kijk Lennart, hij kijkt afwachtend naar mij.
Ik draai de test om zodat hij het kan zien en zeg: ‘Dan ben ik volgens mij echt zwanger…’ Hij kijkt van de test naar de verpakking en terug naar de test. ‘Ja, dat kan niet missen.’
Nu kan ik de tranen echt niet meer tegenhouden en val als een drama queen al huilend in zijn armen. Lennart houdt me een tijdje stevig zo vast.
En dan beseffen we het. ‘We krijgen een baby!’

Dat is vandaag precies 12 weken geleden. We zijn inmiddels  bij de verloskundige geweest en alles is pico bello in orde.
En dat betekend dat ik ein-de-lijk kan gaan schrijven!

xoxo

happyfamily

Deze foto postte ik op Instagram met #happyfamily een paar uur nadat we het wisten. Hier zijn we al met zijn vieren!