Hoe overleef je een bruiloft met kleine kinderen


Het is zo’n drie weken voor de bruiloft. Ik maak me druk over van alles en nog wat; het tafelplan, de opstelling voor de ceremonie, accessoires die ik nog wil kopen en weet ik veel wat nog meer. Ik ervaar wat gezonde stress zou je kunnen zeggen, maar vertel mezelf ook dat er op dit moment weinig meer fout kan gaan. Totdat, op een donderdagochtend, mijn ogen getrokken worden naar een A4-tje op de deur van het kinderdagverblijf van Olive.
“ER HEERST WATERPOKKEN”
Pardon, denk ik. Waterpokken? Vlak voor mijn bruiloft?
Binnen vuur ik meteen allerlei vragen op de begeleidster van Olive af. Hoeveel kinderen zijn er besmet? Vier. Zitten ze bij Olive op de groep? Eén kind, ja. Hoe groot is de kans dat Olive het krijgt? Weet ze niet. Hoe lang is de incubatietijd? Twee weken.
Als ik bij Elliot op school kom hangt daar precies hetzelfde A4-tje op de deur.
Volledige paniek! Met een incubatietijd van twee weken is de kans dat mijn kinderen straks richting het “altaar” lopen met rood bevlekte hoofden wel erg groot.
Ik overweeg even om ze tot de bruiloft thuis te houden, maar dat is ook geen optie. Direct na de bruiloft gaan we op vakantie dus dat zou dan betekenen dat de kinderen 5 weken niet naar school zouden gaan.
We blijven daarom maar positief en hopen dat Elliot en Olive worden overgeslagen door het virus.

Door het bovenstaande bedacht ik me dat ik veel blogs heb gelezen over alles waar je rekening mee moet houden op je trouwdag, maar eigenlijk weinig over waar je als bruidspaar met kleine kinderen aan moet denken. Maar hé, Cloeder’s got your back! Hier komen ze:

1. Ziekte dus
Ik weet niet hoe het met jullie kinderen zit, maar sinds die van mij naar het kinderdagverblijf gaan hebben ze iedere week wel wat. Om een lelijke verkoudheid tijdens de bruiloft te voorkomen heb ik ze een paar dagen voor de grote dag thuis gehouden. Natuurlijk weet je het nooit met griep en verkoudheid, maar ik heb geprobeerd op die manier het risico te beperken.

2. Stiften opbergen
Leg die dingen achter slot en grendel.
Een dag voor de bruiloft liet Lennart de kinderen ‘s ochtends lekker tekenen… met stiften. Olive kleurde niet alleen gezellig haar kleurplaat in, maar ook haar benen en haar armen. Daar gebruikte ze blauw, groen en paars voor. Lekker artistiek, maar niet één dag voordat je ze op hun mooist wil hebben. Ik probeerde zo goed mogelijk alles eraf te boenen, maar helaas lukte het niet helemaal. Daar kan je dan zuur over gaan zitten doen, maar ik heb me erbij neergelegd en gedacht: ach, dat is nu eenmaal hoe een tweejarige is. Op de foto’s zie je er gelukkig niks van.

3. Zorg dat je hulp hebt bij het aankleden van de kinderen
Lennart en ik sliepen de nacht voor de bruiloft allebei thuis. Lennart vertrok ‘s ochtends vroeg naar de B&B waar zijn ouders verbleven om zich daar om te kleden en nam Elliot met zich mee. Zo konden ze nog samen naar de kapper en konden de ouders van Lennart helpen met Elliot aan te kleden.
Olive bleef bij mij. Ik heb haar zelf aangekleed in bruidssuite bij onze trouwlocatie. Ook heb ik gevraagd of mijn bruidsmeisje Beau ook al in de bruidssuite aanwezig wilde zijn zodat zij op Olive kon passen terwijl ik me aankleedde. In het geval van twee kinderen vond ik opsplitsen dus wel heel handig. Zorg dat je iemand bij je hebt die je kan helpen.

4. Laat ze kind zijn!  
Wij hadden twee kinderen van twee, twee kinderen van vier en kleine baby op de bruiloft. Van baby’s heb je niet zo snel last, want zolang die lekker bij papa of mama liggen en een volle buik hebben zijn ze wel tevreden. Peuters en kleuters zijn natuurlijk een ander verhaal. Met onze trouwambtenaar hadden we besproken dat we die gewoon lekker kind zouden laten zijn. Op die leeftijd is een half uur netjes op een stoel blijven zitten natuurlijk een hele opgave. Om ze een beetje zoet te houden had ik voor snoepzakjes gezorgd, maar als ze er genoeg van hadden mochten ze best door de zaal lopen. Mijn twee nichtjes (tevens bloemenmeisjes) gedroegen zich voorbeeldig. Olive vond het zo gezellig om de hele familie te zien dat ze tijdens de ceremonie trots aan iedereen haar nieuwe schoenen ging laten zien, volop kletste en lachte, even bij Lennart op schoot kwam zitten en zelfs nog uitgleed over een bloemblaadje waarna ze heel hard ‘o-oh!’ riep. We hebben vooral heel hard gelachen en wat mij betreft maakte dat de ceremonie. Zorg je dat je er relaxt in staat dan zijn de kinderen ook relaxt.
Wel is het belangrijk om van te voren af met iemand af te spreken dat wanneer het te druk wordt hij of zij jullie kind(eren) even meeneemt. Bespreek dit ook met de trouwambtenaar zodat hij of zij weet dat de ceremonie gewoon door kan gaan of dat er even gestopt moet worden. In ons geval was het belangrijk de trouwambtenaar gewoon door kon gaan omdat ze na ons huwelijk nog een huwelijk had en ze dus niet in tijdsnood kon komen.
Gelukkig was mijn nicht Ilana zo lief om Olive even mee te nemen uit de zaal toen ze even iets te druk werd.
En wat deed Elliot…

Hij was gelukkig wel weer op tijd wakker voor de ringen.
Ik vond het super leuk dat hij dat onder begeleiding van bruidsmeisje Beau wilde doen, maar ook hierbij hebben we duidelijk gemaakt dat er geen druk was. Wanneer hij het te spannend zou vinden zou Beau ons zelf de ringen aanreiken.

5. Zorg voor een beloning
Peuters en kleuters hebben natuurlijk hun eigen willetje. Kon je eerst de hele dag een camera op ze richten, willen ze nu plotseling niet meer op de foto of steken ze alleen nog maar hun tong uit op je familiekiekjes.
Tegen de tijd dat wij foto’s gingen maken waren de kinderen al aardig gaar.
Om ze toch nog goed op de foto’s te krijgen hadden wij cadeautjes. Elliot zeurde al weken om zijn favoriete monstertruck ‘El Toro Loco’. Wij kochten die als beloning als hij goed mee zou doen aan de foto’s. Olive begreep dat concept nog niet helemaal dus hebben we van alles uit de kast moeten trekken, tot het zingen en dansen van Baby Shark aan toe. Het resultaat is geweldig al zeg ik het zelf.
De enige gezinsfoto die eruit is gekomen zie je hieronder. Ik vind hem hilarisch.
Maak je dus niet te druk, je kan van alles willen regisseren op die dag, maar twee dingen laten zich niet regisseren: het weer en peuters in hun terrible two’s.

Baby Shark in action.

6. Zorg dat ze genoeg te doen hebben
Gelukkig waren alle kinderen heel zoet tijdens het diner en ook daar hebben we ze gewoon weer laten lopen. Wel had ik kleurplaten en potloden klaar liggen om ze te vermaken. Achteraf bleken ze niet nodig te zijn, maar je kan ze maar hebben liggen. Ik vond hele leuke gepersonaliseerde wedding activity packs voor kinderen op Etsy. Wel op tijd bestellen want die van mij kwamen jammer genoeg te laat binnen. Kleine potloodjes kocht ik bij Sostrene Grene.
Mijn moeder regelde trouwens plastic champagneglazen en kinderchampagne. Dat vonden ze helemaal geweldig!

7. Neem genoeg kleding mee
Sowieso is het prettig om extra kleding mee te hebben voor als ze knoeien, maar Elliot vond het op een gegeven moment ook heerlijk om lekker gewoon een t-shirt en sneakers aan te hebben.
Neem dus niet alleen een back up setje bruidskleding mee, maar denk ook aan iets waar ze zich lekker comfortabel in voelen als het formele gedeelte afgelopen is.

7. Waar slaap je en wie neemt je kinderen dan mee? 
Wij vonden het zelf heel erg vervelend om iemand met onze kinderen op te schepen dus Lennart en ik hadden in eerste instantie besloten om gewoon thuis te slapen. Mijn moeder vond dat echt geen goed idee dus zij stelde uit zichzelf voor om de kinderen na de bruiloft mee naar huis te nemen en bij haar te laten slapen. Heel fijn want zo konden wij toch nog met zijn tweetjes in een hotel overnachten en even bijkomen van het hele gebeuren. DOE DAT! De dag vliegt voorbij en je hebt echt even tijd om alles te verweken. Boek een suite, zorg dat je laat kan uitchecken en bestel roomservice. Maar vraag dus wel of iemand voor de kinderen wil zorgen zodat die ook weer rekening kunnen houden met bijvoorbeeld het terug reizen van de bruiloft naar huis. Autostoeltjes bij opa en oma in de auto etc. Daar wil je om één uur ‘s nachts met je halfdronken kop niet meer mee bezig zijn. Ik zorgde de dag voor de bruiloft dat alle spullen die voor overnachting nodig waren bij mijn moeder in huis stonden.

8. Relax! 
Ik kan het niet vaak genoeg zeggen: kinderen zijn relaxt als jij dat ook bent. Laat ze gaan, laat ze rennen, probeer ze niet te krampachtig te betrekken of te dwingen om dingen te doen. Het ziet er allemaal zo leuk uit op Pinterest, maar de realiteit is anders. Onze bruiloft met kleine kinderen kon niet beter zijn gegaan. (ik heb dan ook de liefste kinderen van de wereld) Het was geweldig om zoveel fijne mensen om ons heen te hebben die zich ook over de kinderen bekommerden. Zo werden wij die dag ook even van onze rol als ouders ontslagen en konden we optimaal genieten.
Wat ik je dus mee kan geven is: haal diep adem, laat het (of beter gezegd: ze) gaan en geniet!

Hier nog een paar prachtige foto’s van alle kindjes op de bruiloft.
Die zijn allemaal geschoten door de uiterst getalenteerde Michèle Giebing van Studio Memoire.

Angst

Ik sta op de Keizersgracht op Kirstie te wachten als ik een bericht van Kelly in onze familie chat lees: of we het al gehoord hebben van het drama met de bakfiets. Ik heb geen idee waar het over gaat dus ik ga direct naar nu.nl
Ik lees het nieuwsbericht over het drama dat zich in Oss voltrokken heeft. Mijn maag draait om. Het liefst zou ik een potje willen janken daar midden op die gracht, maar ik druk het toch naar achter. De rest van de dag blijft het wel bij me. Ik denk aan de leidster en de paniek die zij gevoeld moet hebben toen ze besefte dat het fout ging. Maar vooral denk ik aan de nietsvermoedende ouders die, net zoals Lennart en ik, de kinderen naar het kinderdagverblijf hadden gebracht om vervolgens naar het werk te gaan. En dat je dan dat telefoontje krijgt. Of dat je de politie binnen ziet komen wandelen (ik weet niet precies hoe dit soort informatie gebracht wordt) en dat dan in één klap je hele wereld in elkaar stort. Je ergste nachtmerrie is werkelijkheid: je kinderen zijn er niet meer. Ik probeer me voor te stellen dat mij dat vandaag zou gebeuren. Mijn enige conclusie was dat het leven voor mij dan ook niet meer zou hoeven.
Vroeger zei mijn moeder wel eens: ‘Als er iets met jullie zou gebeuren, dan hoef ik ook niet meer.’
Ik vond dat belachelijk. Hoezo niet? Er zijn toch nog wel andere dingen dan je kinderen om voor te leven?
Nu ik zelf moeder ben denk ik er niet anders over.

De angst om mijn kinderen te verliezen vind ik het moeilijkste van het ouderschap. Pas nu voel ik écht de pijn van die vader die zijn zoon op de MH17 zette, de wanhoop van die moeder die op het acht uur journaal huilt omdat ze haar kind verloor in een bombardement, de woede achter de tranen van de moeder van Nicky Verstappen en de hel waar de moeder van het pas verdronken 3-jarige meisje doorheen moet zijn gegaan toen ze haar na lang zoeken hebben gevonden. Voor altijd staat het beeld van het aangespoelde Syrische jongetje op het strand van Turkije mij in het geheugen gegrift. En regelmatig denk ik nog aan die arme Tijn die op vierjarige leeftijd al uit het leven moest stappen door die klote ziekte. Ik haal deze voorbeelden uit het nieuws aan omdat ik, sinds ik moeder ben geworden, het nieuws eigenlijk liever niet meer kijk om dit soort berichten te vermijden. Niet omdat ik niet op de hoogte van het nieuws wil blijven, maar omdat mijn moederhart het simpelweg niet kan verdragen dat er een mogelijkheid bestaat dat je je kind zou kunnen verliezen… op wat voor manier dan ook: zij het door een ongeluk, door ziekte of zelfs door het toedoen van iemand anders.
Ik lig daar soms wakker van. Het besef dat ik ze niet altijd kan beschermen, hoe graag ik dat ook zou willen, is een bijna ondragelijk en jaagt mij de diepste angst aan die ik ooit heb gevoeld. En dan te bedenken dat dit gevoel waarschijnlijk zolang als dat ik leef bij me zal blijven.

Toch moet je ook realistisch blijven. Ik kan ze moeilijk thuishouden van het kinderdagverblijf omdat er vandaag een ongeluk met een Stint is geweest. Of ze niet op schoolkamp laten gaan omdat er een mogelijkheid is dat ze niet meer terugkomen. Nooit meer op vakantie gaan omdat er een dodelijk ongeluk met een gezin op de snelweg is geweest of omdat er ergens een vliegtuig is neergestort.
Wat ik wel kan doen is honderd keer als een hysterische gillen dat Elliot niet te dicht bij de waterkant mag komen, driehonderd keer per dag controleren of Olive niks kleins in haar mond heeft gestopt, zeshonderd keer eisen dat Elliot mij een hand geeft bij het oversteken, ze duizend keer per week op hun hart drukken dat ze voorzichtig moeten zijn en simpelweg hopen dat ze goed op hun pootjes terecht komen in wat voor situatie dan ook.

Vandaag rijd ik met een ander gevoel naar het kinderdagverblijf. Het is dag van de leidsters. Elliot en Olive hebben vandaag knutselwerkjes en cadeautjes gegeven om de leidsters van hun groep in het zonnetje te zetten. Elliot rent vrolijk op me af als hij me ziet. ‘We hebben taart gegeten!’ roept hij.
De leidster van zijn groep bedankt me voor het cadeautje. Ik kijk haar aan en wil eigenlijk zeggen ‘bedankt dat jullie mijn kind veilig hebben gehouden vandaag’, maar dat doe ik toch niet.
Als ik Elliot en Olive eenmaal in de auto heb zitten word ik overladen met een gevoel van dankbaarheid.
Dankbaar dat ik vandaag mijn kinderen mee naar huis mag nemen.

Mijn gedachten gaan uit naar die leidster die vandaag in het zonnetje gezet had moeten worden en naar de ouders van de omgekomen kindjes. Ik hoop met heel mijn (moeder)hart dat ze op de één of andere manier kracht vinden in deze nachtmerrie.

 

Het leed dat boodschappen doen heet.

Het is zaterdagmiddag rond een uur of vijf. We lopen richting de Albert Heyn, Elliot en ik. Boodschappen doen stond al nooit hoog op het lijstje van favoriete bezigheden, maar sinds ik kinderen heb is het zo’n beetje het allerlaatste op de wereld wat ik wil doen. En het mooie is: het hoeft tegenwoordig niet eens meer! ‘Boodschappen doen is zó 2016,’ zei een vader die ik van de speeltuin ken. Hij heeft gelijk, want niks zo makkelijk dan vanaf je mobiel boodschappen doen bij Picnic (nee, dit is geen #spon).
De app heb ik al een tijd geleden geïnstalleerd, maar chaotisch als ik ben kom ik er iedere dag precies na 22:00 uur (de uiterlijke besteltijd) achter dat ik weer vergeten ben om naar de online supermarkt te gaan, waardoor een tripje naar de offline supermarkt helaas een must is.
En dat is de laatste tijd wel een dingetje. Dat tripje naar de Albert Heyn/Jumbo ziet er namelijk zo uit:

  1. kinderen aankleden
  2. Elliot in de auto zetten
  3. Olive in de maxicosi zetten die daar compleet van over haar toeren raakt, want ???
  4. Olive in de auto zetten
  5. Olive weer uit de auto halen, want poepluier
  6. Olive verschonen
  7. met een schuin oog in de gaten houden of niemand Elliot uit de auto jat
  8. Olive terug in de auto zetten
  9. Pippa naar binnen roepen
  10. met een verhitte kop naar mijn huissleutels zoeken
  11. sleutels in de speelgoedtractor van Elliot vinden
  12. na drie kwartier dan eindelijk vertrekken
  13. zoveel mogelijk blijven rijden zodat olive niet bij elk stoplicht begint te krijsen
  14. parkeren en met een maxicosi van 7 kilo en een stuiterende peuter aan de arm richting de karretjes
  15. proberen Elliot in de kar te krijgen voor hij de kleine karretjes ziet
  16. Te laat
  17. Gillende Elliot met gestrekte benen in het zitje van de kar proppen
  18. Voorbijgangers de ‘ik heb alles onder controle’-lach toewerpen
  19. Met kar vol gillende kinderen de supermarkt in
  20. Praatjes maken met bezorgde oma’s die tevergeefs poging doen tot het opvrolijken van één of beide kinderen
  21. Zo snel mogelijk richting de kassa, oppassen dat Elliot niks jat
  22. Buiten weer een drama oplossen omdat Elliot in de helicopter wil en er al duizend andere kinderen inzitten
  23. Het hele auto-circus opnieuw doen
  24. Beseffen dat je liever de marathon rent. Op blote voeten. Over legoblokjes.

En dus ben ik blij dat ik vandaag maar één kind mee hoef te nemen in plaats van twee. Elliot mag van mij een klein karretje pakken dus dat drama hebben we niet. Vol goede moed gaan we door de poortjes de supermarkt in. De groenteafdeling gaat goed. Hij zoekt zijn eigen fruit uit die hij enthousiast in het karretje kwakt. Dit keer geen death stare van mensen die zich irriteren, maar hier en daar een lach omdat ze hem schattig vinden.
Dat verandert direct wanneer we op de broodafdeling komen en Elliot een croissantje wil. Dat “monster” heb ik zelf gecreëerd omdat ik hem regelmatig een croissantje in zijn hand gaf tijdens onze boodschappenronde door de Jumbo. Afgekeken bij mijn buurvrouw die ik toen met een heel zoet kind in de kar voorbij zag lopen. Maar het is nu vijf uur en eigenlijk geen tijd meer voor een croissant, dus zeg ik: ‘Nu niet.’
Fout! Fout! Fout!
Elliot werpt zich op de grond en begint aan zijn peuterdrama act. Ik begin te lachen, want ik vind het oprecht heel grappig om te zien hoe theatraal hij op zo’n moment is. Een chique dame met stokbrood in haar handen vindt het wat minder. Ze trekt een wenkbrauw op terwijl ze op een Tel Sell commercial-waardige manier om Elliot heen stapt. De medewerkers van de broodafdeling staan te grinniken achter de balie en wachten mijn reactie af. Dan moet ik er toch maar wat aan gaan doen. Ik til Elliot op, maar hij laat zich zo slap als een vaatdoek weer op de grond zakken. ‘Kom op!’ zeg ik streng. ‘Nu lopen, ik heb hier geen zin in!’
Elliot moet er niks van hebben. Hij rolt over de grond. Weer til ik hem op en zet hem achter zijn karretje. ‘Lopen! NU!’
Elliot voelt dat het menens is, maar grijpt toch nog een bakje mini donuts die hij bovenop de andere boodschappen gooit. Ik laat het toe, als we nu in vredesnaam maar doorlopen. Laat mij maar die concessie-moeder zijn.
Buiten aangekomen is de helicopter zowaar vrij van andere kinderen. Elliot klimt er meteen in. Ik vind 50 cent in mijn portemonnee en zet het ding aan, die begint meteen hysterisch op en neer te bewegen. Elliot binnen een seconde in paniek. Gelukkig wil hij door de schrik wel meteen naar de auto.

‘s Avonds deel ik mijn supermarktervaring met Lennart. ‘Wat een drama! Morgen laat ik weer lekker bezorgen door Picnic,’ zeg ik terwijl ik een hap uit een concessiedonut neem. ‘Hoe laat is het eigenlijk?’
Lennart kijkt op zijn horloge. ‘Tien over tien.’

14 Weken: het verhaal van Olive.

23 WEKEN EN 3 DAGEN
‘Begrijpt u het, mevrouw Hubner?’ De gynaecoloog van het ziekenhuis in Delft kijkt me aan met een ernstige blik, wachtend op mijn bevestiging. Ik knik, want ik begrijp het maar al te goed. Na wat ik dacht dat een simpele controle zou worden in verband met wat bloedverlies, word ik met spoed opgenomen in het ziekenhuis in Leiden. Zowel de verloskundige als de gynaecoloog hebben een ontsluiting gezien die past bij de laatste weken van een zwangerschap. De kans is dus groot dat ik nu ga bevallen. Met 23 weken en 3 dagen. Als dat gebeurt, dan heb ik niks. Een dood kind. Dat is bij de wet zo geregeld hier in Nederland. Pas vanaf 24 weken wordt er aan actieve opvang gedaan en laten we eerlijk zijn, ook dan zijn de kansen voor je kind nihil.
Dus ja, mevrouw de gynaecoloog, ik begrijp maar al te goed wat je zegt.
‘Misschien is het handig dat je je man belt, dan kan hij naar je toe komen.’
Ja, dat kan, ware het niet dat het nu 8 uur vroeger in Texas is en het een kleine 20 uur duurt voordat hij hier is mits hij nú in het vliegtuig stapt. De gynaecoloog slikt. ‘Wat lastig dat je man nu in het buitenland is. Is er iemand anders die met je mee kan?’
Gelukkig zijn daar Annelou en even later mijn moeder om me bij te staan. Ik word met de ambulance naar Leiden gebracht. Daar hetzelfde verhaal, dezelfde onderzoeken. ‘Begrijpt u wat we zeggen, mevrouw Hubner?’
Ik begrijp het.

24 WEKEN EN 3 DAGEN
Wonder boven wonder zien de artsen een verandering in mijn baarmoedermond, die is namelijk weer lang. Mij is uitgelegd dat ik de baarmoedermond moet ziet als een paar lippen die je strak kan trekken of kan tuiten. Nu is mijn baarmoedermond kennelijk aan het tuiten en zien ze, ook omdat ik geen weeën heb, geen gevaar meer. Ik mag naar huis, maar het is belangrijk dat ik niks doe. Elliot niet op tillen, geen vaatwasser uitruimen, geen rondje met Pippa, helemaal niks.
De bank is mijn nieuwe territorium die ik afbaken met popcorn, repen chocola, mijn MacBook, de afstandbediening en mijn favoriete groene plaid. Dat klinkt allemaal leuk, maar geloof me, dat verveelt al heel snel. Maar het is voor het goede doel en als ik het zo vol kan houden om de baby vast te houden, dan doe ik dat, dat begrijp je.

27 WEKEN
Wederom bloedverlies. Het is maar weinig en bij de vorige twee keer was het én vals alarm én moest ik toch weer een nacht in het ziekenhuis doorbrengen. Ik overweeg om het te negeren omdat ik geen zin heb om weer een nacht te zweten op zo’n plastic ziekenhuisbed.
Toch bel ik maar even, voor de zekerheid. Uiteraard willen ze me zien dus pak ik opnieuw mijn weekendtas in, ook voor de zekerheid, en stappen we weer in de auto. In Delft aangekomen krijg ik voor de zoveelste keer een echo, een hartfilmpje en een inwendig onderzoek. Bij dat laatste zie ik aan het gezicht van de gynaecoloog dat het niet goed is. Ze kijkt nog eens via de echo en ik ben inmiddels zo getraind dat ik óók iets zie wat niet klopt: een uitpuilende vochtblaas. Er hing dus letterlijk een stuk van de vruchtzak uit mijn baarmoedermond die ervoor zorgde dat ik een ontsluiting van 2 cm had.
De gynaecoloog komt behoorlijk paniekerig over. ‘Ik ga je naar Leiden sturen,’ zegt ze. ‘Ik laat direct een ambulance komen. Het ziet ernaar uit dat je gaat bevallen. Ik ga je meteen longrijping geven. En magnesium en weeënremmers.’ Ze legt me uit waar alles voor is. Op mijn vraag of ik nog naar het toilet mag schud ze heftig haar hoofd. ‘Je moet nu plat blijven, iedere minuut telt. Begrijpt u dat, mevrouw Hubner?’
Ik begrijp het.

In de ambulance word ik overvallen door de hitteaanval die magnesium heet. Mijn adem is zo heet dat ik het idee heb dat ik zo vuur ga spugen. De ambulancebroeder, dezelfde van de vorige keer, probeert me een beetje af te leiden door met me te kletsen. Ik probeer nog een beetje beleefd te antwoorden, maar op een gegeven moment staar ik maar wat door de openingen in de raamfolie naar buiten en zie al snel weer het gigantische gebouw van het LUMC opduiken.
Ik word op bedrust gezet, ik mag zelfs niet met mijn benen over de rand bungelen. Lennart blijft bij me slapen en we tillen daar onze relatie naar een heel nieuw level: het bejaardenlevel. Hij helpt me met de po, wast me en smeert me in met bodylotion want de artsen vinden dat ik altijd zo lekker ruik en die reputatie wil ik graag behouden. De baby komt gelukkig die dag niet. En de dag daarop ook niet. En die daarop en daarop ook niet. Hoewel ik me eigenlijk heel goed voel en de baby het ook goed doet, ziet het er niet naar uit dat ik voor mijn bevalling nog thuis kom. Wanneer die bevalling gaat plaatsvinden dat weten we niet. Het zou kunnen zijn dat ik het uitzing tot de uitgerekende datum (1 augustus), maar het kan ook ieder moment zijn. Als ik de dertig weken maar haal, denk ik. En 30 wordt mijn nieuwe streefgetal. Volgens de artsen zitten we qua termijn al aan de gunstige kant. ‘Baby’s die met 27 weken geboren worden hebben hele goede overlevingskansen.’ Wel met een boel complicaties, die ons haarfijn uitgelegd worden door de neonatoloog. Bijvoorbeeld hersenbloedingen, achterstand in de motoriek of ademhalingsproblemen. Ieder scenario moet besproken worden. ‘Begrijpt u alles wat we net hebben uitgelegd, mevrouw Hubner?’
Ja, ik begrijp het.

28 WEKEN
Ik krijg antibiotica voor een bacterie die ik kennelijk bij me draag. 40% van de vrouwen schijnen het te hebben zonder er last van te krijgen, maar een premature baby zou er ziek van kunnen worden dus krijg ik om de vier uur zo’n heerlijk pilletje. Ik mag inmiddels ook voorzichtig zelf naar het toilet en -thank the lord- douchen!
De baby blijft rustig zitten, maar helaas wel in stuit. Dat is niet handig omdat ze dan een keizersnede moeten uitvoeren. En de placenta ligt precies onder het litteken van de vorige. Dus moeten ze weten welke bloedgroep ik ben voor het geval ze er toch doorheen moeten en er extra bloed aanwezig moet zijn. Die keizersnede baart me wel een beetje zorgen omdat ik bij de vorige de verdoving niet aansloeg. Ik hoop dat de baby draait zodat ze op de natuurlijke manier kan komen, ze is toch nog heel klein. Toch bereiden de artsen ze zich voor op een keizersnede door toch al wat bloed naar het laboratorium te sturen. ‘Voor de zekerheid. Dat begrijpt u toch wel, mevrouw Hubner?’

29 WEKEN EN 5 DAGEN
Ik voel dat ik koorts heb, maar ik lig met de deken tot aan mijn neus te rillen in bed. De verpleger komt mijn temperatuur opnemen, die is 38,9 graden. ‘Ik ga het heel even doorgeven aan de arts,’ zegt hij. Ik app Lennart dat ik me niet lekker voel. Het is iets voor twaalven en hij wilde eigenlijk net gaan slapen. Ik zeg dat hij dat gewoon moet gaan doen en dat ik hem wel app als er iets is, maar dat ik waarschijnlijk gewoon een griepje van Elliot overgenomen heb.
Als ik even later de gynaecoloog de kamer binnen zie komen met het echoapparaat weet ik dat het foute boel is. En dat het fout is dat blijkt; het vruchtwater is aanzienlijk minder geworden, de hartslag van de baby veel hoger dan normaal. Ik heb een infectie in mijn baarmoeder. Het is zaak voor de gezondheid van ons beide dat de baby, die nog steeds in stuit ligt, nu zo snel mogelijk gehaald wordt. En dus lig ik een kleine twee uur later op de operatietafel. Lennart aan mijn zijde. Ik ben bang voor de operatie. Het team in de o.k. spreekt alles duidelijk met me door. Dat ze stoppen als ik iets voel, dat ze bijsturen met pijnstilling waar nodig. ‘Begrijpt u dat allemaal, mevrouw Hubner?’


De operatie is een hel. Hoe kan een lichaam van een kilo of 55 nou niet goed verdoofd worden? Lennart houdt mijn hand linkerhand vast, één van de anesthesisten mijn rechter. Ik huil van de pijn en bid tegelijk dat ze me niet onder narcose zullen brengen omdat ik boven alles nog het meeste bang ben om nooit meer wakker te worden.

Onze dochter Olive wordt om 2:20 uur geboren. Ik heb het gezien en ben daar zo enorm dankbaar voor. Terwijl ze haar aan de andere kant van het doorzichtige plastic doek voor ons hielden, stak ze haar handen naar ons uit alsof ze direct bij ons wilde.
Het duurt maar een paar tellen, dat word ze direct meegenomen voor onderzoek. Ik zie haar pas weer terug op de couveuseafdeling. Lennart komt me, net als twee jaar geleden bij de geboorte van Elliot, op de uitslaapzaal ophalen. Olive ligt al in de couveuse met beademing, ze doet het goed. Ze weeg 1300 gram en is 38 cm lang. Ik dacht dat Elliot klein was toen hij net geboren was, maar Olive doet haar naam eer aan en is als een olijfje zo klein. De familie is naar het ziekenhuis gespoed om haar te zien. Als zij weg zijn gaan Lennart en ik uitgeput slapen.



30 WEKEN
Als ik die dag bij Olive op de couveuseafdeling kom, zie ik dat ze geen beademing meer heeft. Ze ligt helemaal op zichzelf te ademen. De kinderarts zegt dat ze dat prima kan, maar waarschuwt me wel: ‘Mocht het haar toch teveel moeite kosten, dan geven we haar alsnog een zuurstofsnorretje, dat begrijpt u wel.’
Ik begrijp het en vind het allemaal prima. Ik ben nu al zo trots op mijn kleine strijder.

31 WEKEN EN 1 DAG
De kinderarts staat plotseling bij mij in de kamer. ‘Niet schrikken,’ zegt ze. ‘Ik kom met goed nieuws.’
Olive doet het zo goed dat ze al overgeplaatst mag worden naar ziekenhuis in Delft. Ze was wel iets moe van het ademen dus hebben ze haar een zuurstofsnorretje gegeven.
De volgende dag word ze opgehaald met de ambulance. Ik huil natuurlijk de ogen uit mijn kop, want wat een klein mensje en wat een gigantische brancard.



Ik ben blij dat ze zo snel naar Delft gaat, want daar mag ik bij haar op de kamer verblijven.
Dat doe ik nog anderhalve week en besef dan dat er thuis ook nog een kindje zorg nodig heeft. Lennart heeft een flinke middenooronsteking en heeft ook wat ondersteuning nodig. Olive doet het voorbeeldig dus ik ga zonder al teveel zorgen naar huis.

37 WEKEN EN 3 DAGEN
Olive mag naar huis! Dik twee weken eerder dan we hadden gehoopt. Wel met sondevoeding, wat Lennart en ik geleerd hebben toe te dienen.
Mijn vader en moeder hebben het huis versierd om te vieren dat ze thuis is gekomen. Ik vind het spannend om met haar thuis te zijn, want ze is eigenlijk nog maar één dag van de monitor af. Maar ook thuis is Olive een makkelijke baby en maakt ze nog maar twee dagen gebruik van de sonde. Precies met 38 weken bel ik de thuiszorg om het ding te laten verwijderen.
Het genieten is nu officieel begonnen. We hebben een lastige, zware en vermoeiende periode achter de rug en hoewel ik dat alles bijna direct weer vergeet als ik naar die lieve, kleine Olive kijk, is het me toch niet in de koude kleren gaan zitten. Gelukkig kreeg ik vanuit het ziekenhuis de optie om van een (kinder)psycholoog ondersteuning te krijgen bij het verwerken van dit alles.
‘Soms helpt het bij de verwerking van bepaalde ervaringen om erover te schrijven,’ vertelde ze mij. ‘Begrijp je dat?’
Ja, ik begrijp dat.

 

25x zwanger zijn


Foto van Patricia Chang NY instagram

Zwanger zijn, de meeste vrouwen doen het makkelijker over laten komen dan het daadwerkelijk is. En dan heb ik het nog niet eens over het ongemak van zo’n dikke buik meeslepen, maar vooral die emotionele rollercoaster waar we inzitten.
Daarom 25 x je weet dat je zwanger bent wanneer:

1. Je test een kruisje aangeeft.

2. Je echt een hele dikke buik begint te krijgen en je menstruatie uit blijft.

3. Oké, nu serieus…

4. Wanneer je de grootste bonje schopt over left over pasta die niet in de koelkast is gezet en daarbij roept dat er geen respect is voor je eigengemaakte pastasaus.

5. Je vier pannenkoeken met stroop op hebt, die je normaal gesproken niet lust, om vervolgens misselijk en vol spijt op de bank te moeten gaan liggen om bij te komen.

6. Je heel snel moet gaan zitten als je moet niezen of hoesten omdat je anders in je broek piest.

7. Je tijdens de hond uitlaten plotseling hard moet niezen en in je broek piest.

8. Je met een goed humeur opstaat, vervolgens bij het ontbijt melk morst en daardoor ontroostbaar bent, om vervolgens door alle fases van extreme woede te gaan omdat je überhaupt emoties hebt.

9. En vervolgens de hele dag zin hebt om oorlog te voeren.

10. ‘s Avonds op de bank zit af te tellen tot een tijdstip waarop het verantwoord is om naar bed te gaan.

11. Na een dag waarin je tussen dutjes door alleen maar aan slaap hebt kunnen denken.

12. Het boze oog aan je partner geeft als hij zegt dat hij moe is. Alsof hij daar iets van weet.

13. Je geen gesprek meer kunt voeren omdat je de taal vergeten bent.

14. Of 100x naar de keuken loopt zonder te weten wat je nou wilde pakken.

15. Het antwoord is altijd chocola.

16. Compleet flipt als er dan geen chocola meer is.

17. Ook al had je net alle cliché’s waargemaakt door een pot augurken leeg te eten.

18. Bij iedere aflevering van Vtwonen een potje gaat zitten janken bij de onthulling, ook al was het echt heel lelijk geworden.

19. Om daarna je af te vragen of je misschien zelf wel slechte smaak hebt.

20. Alles in huis moet anders.

21. Je denkt dat je misselijk wordt van de nieuwe kleur op de muren in de woonkamer.

22. Je een mental break down hebt omdat je nu ook niet meer weet wat je met de babykamer wilt.

23. En vervolgens nog één omdat het maar zo kort een echt baby’tje is.

24. ‘Voor je het weet zijn ze het huis uit’ begint te roepen

25. Je op Pinterest inspiratie op gaat doen voor je droomhuis dat je over een jaar of 21 kan hebben.

Obsessie: Gubi


Onlangs stuitte ik op het instagramaccount van Gubi. Nu had ik altijd al een ding voor hun prachtige (en voor mij onbetaalbare) beetle chair, maar dat ze nog eens prachtige sofa’s, verlichting en andere meubels/woonaccessoires maken, daar had ik eigenlijk geen weet van.
Mag ik alsjeblieft in deze catalogus wonen?

Gubi heeft team van internationale designers die vergeten iconen uit interieur design vanuit de jaren ’30 tot ’70 in een nieuw jasje steken. Het hoofdkantoor bevindt zich in Copenhagen waar de oorsprong van Gubi ligt.
Jammer genoeg kan ik op de website geen Nederlandse dealers vinden, maar heb ik de zachtroze beetle lounge chair onlangs wel gespot bij Byron & Jones Interiors op het Noordeinde in Den Haag.

7x leukste gedeelde kinderkamers

Nog een weekje geduld zullen we moeten hebben, maar vanaf volgende week donderdag gaan we los.
Dan weten we namelijk of we een all boys room gaan maken of een avonturenkamer voor een jongen én een meisje. In de tussentijd blijf ik lekker pinterest afzoeken naar de leukste gedeelde kamers… voor nu en voor als ze wat groter zijn.

The Terrible Twos


Iedere dag krijg ik zo’n fijne herinnering van Facebook. Zo waren we vandaag vijf jaar geleden voor het eerst naar het park met puppy Pippa en at ik twee jaar geleden kip piri piri bij Juffrouw Tok.
Allemaal leuk en aardig, maar wat ik bizar vind is dat ik een jaar geleden rondom deze tijd een compleet ander kind in huis had dan nu. Ik had een klein jongetje dat zich af en toe een beetje aan de tafel of bank optrok en zich omrolde om ergens naartoe te komen, wat af en toe resulteerde in om de tafelpoot gevouwen baby in paniek. Dat en een vieze poepluier was dan ook zo’n beetje het enige “drama” wat we op zo’n dag konden hebben.
Tijdens het boodschappen doen was hij wel geïnteresseerd in de Olvarit-afdeling, maar riep nog niet zestig keer achter elkaar ‘bebbe!’ (wat Elliot’s voor ‘hebben’ is) bij het zien van een pakje knijpfruit.
Hij wilde überhaupt gewoon lekker in de kinderwagen zitten als we ergens naartoe gingen en bleef ook rustig zitten als we naar een restaurant gingen. Hij vond alles lekker of het nu een Marokkaans buffet was of Aziatisch bij Renao, alles ging naar binnen.
Nu vliegt de spaghetti bolognese me om de oren en haalt hij plotseling zijn neus op voor broccolisoep, terwijl ik 200% zeker weet dat hij dat lekker vindt. Stokbroodjes eten wilt hij wel, maar alleen met kruidenkaas erop, anders gaat het rechtstreeks door naar Pippa, die dan ook standaard Elliot’s grootste vriendin is rondom etenstijd. Kortom: de kleine baby is een ware peuter geworden en krijgt steeds meer een eigen mening en wil. Dat uit zich ook na het eten als plotseling alle kleren, inclusief luier, uitmoeten zodat hij een potje naaktvoetbal kan spelen.
Hilarisch dat wel, maar hoe leg je uit dat het niet helemaal de bedoeling is dat je hartje winter in je blootje gaat rondrennen. Ik bedoel, hoe hadden we dat bij Kirstie aangepakt toen ze na het douchen een sprintje trok en in haar blootje in de achtertuin belandde? Van ‘nee’ trekt meneer zich nog weinig aan hoewel hij perfect weet wat het betekend. Met andere woorden: de grenzen worden momenteel tot het uiterste verkend. Dat maakt deze zwangere moeder af en toe moedeloos.
Als ik weer eens 100x achter me ‘bebbe’ hoor zonder dat hij echt iets schijnt te willen hebben of wanneer ik voor tien uur al vaker ‘nee!’ en ‘mag niet!’ heb geroepen dan ik in 30 jaar tijd heb gedaan. Wat mij betreft is dit tot nu toe de lastigste fase. De opvoeding is nu écht begonnen.
Als kersverse moeder maak je je zorgen over de periode dat je met een klein hulpeloos baby’tje thuis komt, maar ik besef me nu pas dat het eerste jaar bijna een piece of cake is vergeleken met de terrible two’s (die officieel pas over twee maanden zouden moeten beginnen!). Een baby slaapt het grootste gedeelte van de dag, ligt lekker een beetje bij je op schoot en je zou bij wijze van nog een uur boodschappen kunnen gaan doen terwijl hij een beetje in de box op zijn eigen tenen ligt te sabbelen. Het wil nog nergens opklimmen of naar je kijken terwijl je plast.
Aan de andere kant: dat kleine jongetje van een jaar geleden houdt me nu plotseling wel heel stevig vast als we van de trap af lopen en komt me soms helemaal uit zichzelf knuffelen. Tegenwoordig laat hij doormiddel van heel hard zingen weten dat hij weer wakker is na zijn middagslaapje en begint zowaar te dansen als hij muziek hoort. Zijn stoeltje gebruikt hij nu om uit het raam te kijken of papa er al aan komt of bij het aanrecht te schuiven zodat hij me kan helpen met het eten door de aardappels in de pan te gooien of de tafel te dekken. Ook (naakt)verstoppertje spelen kan hij als de beste!
Zo zie je maar, hoewel dit een hele moeilijke fase is, is hij tegelijk ook weer heel leuk. We kunnen echt dingen samen doen. En net zo zeer als hij zichzelf steeds meer als mens(je) ontdekt, ontdek ik mezelf steeds meer als moeder.
Toch, als ik weer zo’n Facebook herinnering van een jaar of wat geleden zie, verlang ik terug naar dat kleine baby’tje die lekker op mijn borst wilde slapen. Gelukkig mag ik dat gevoel heel snel weer ervaren.
En tegen de tijd dat die kleine weer in de terrible two’s belandt, dan is daar grote broer Elliot om te helpen ♡

When life gives you lemons


Ik had het kunnen weten.
Ja, dat dacht ik die maanden daarvoor ook, maar nu had ik het écht aan alles kunnen weten. En toch negeerde ik het. Kijk, normaal heb ik gewoon een goed werkende citrus waar ik bij wijze van de klok op gelijk kan zetten, maar die veranderde plotseling. Zo was ik tijdens mij werkbezoek in Wenen zomaar een paar dagen “te laat” waardoor ik me afvroeg of het wel verstandig was om aan de zoveelste Aperol Spritz van de dag te beginnen. Eenmaal thuis bleek het vals alarm en op de een of andere manier voelde ik me wel opgelucht. Nog even niet, dacht ik.
Ook de maand daarop besloot opoe pas anderhalve week later op visite te komen. Na een stuk of drie negatieve zwangerschapstesten begon dat opgeluchte gevoel plotseling plaats te maken voor een kleine teleurstelling.
Omdat ik er niet zo’n “ding” van wilde maken en mijn citrus toch ontregeld leek te zijn besloot ik de testen voorlopig even links te laten liggen.
Maar de maand daarop had ik het kunnen weten. Het begon met een bezoekje bij de dokter omdat ik plotseling zo’n pijn had in mijn rechterborst. Omdat je tegenwoordig toch maar beter voorzichtig kunt zijn liet het voor de zekerheid even nakijken, maar er bleek gelukkig niks aan de hand (of toch wel?). De meisjes stonden er wel anders bij, maar goed, dat kan allemaal met die citrus te maken hebben.
De rest van die dag lag ik uitgeteld op de bank. ‘Het lijkt wel alsof ik een week heb gefeest op Ibiza,’ zei ik tegen Lennart. Zo moe was ik. Ook de dag erop toen ik op weg was naar een klant in België kon ik aan niks anders denken dat een klein dutje langs de weg. En hoewel mijn maag een beetje draaierig voelde op de terugweg besloot ik toch een broodje bij de benzinepomp te kopen; bacon en ei iets wat ik normaal nooit kies, maar het smaakte me best en die zak Haribo kindermix die ik erachteraan nam nog veel beter.
Ja, alles wees erop. Het zou misschien zelfs zo kunnen zijn dat Elliot niet de hele dag dank je in het Chinees zei, zoals wij dachten, maar “zusje”.

Dus besloot ik op zaterdagmiddag in de Jumbo met mijn neus boven de Hollandse garnaaltjes, want daar had ik plotseling zo’n zin in, dat ik toch maar even een Clearblue zou meenemen. Ik zou niks tegen Lennart zeggen – was ‘ie negatief dan zou ik het ding in de prullenbak gooien en was het nooit gebeurd.
Maar zo lang als dat de andere testen erover deden om enkel een streepje aan te geven, zo snel was deze om een dik vet kruis te weergeven. Ik schrok me dood.
Ik snelde me naar de woonkamer waar Lennart aan het schilderen was en stak de test door de kier van de deur. ‘Wat?!’ riep hij uit. ‘Ben je zwanger?!’
Ik knikte.
Daarop volgde een lange knuffel en keken we elkaar aan. ‘Hoe gaan we dit doen? Eén kind is al zo heftig!’
‘Nou ja,’ zei Lennart. ‘Eén ding is zeker, die Gucci’s (schoenen) kan je vergeten.’
Dat was overigens een grapje, want Lennart weet heel goed dat ik die schoenen nodig heb om door mijn zwangerschap heen te komen. Het zijn trouwens ook de ultieme mom shoe’s…. Chriselle Lim draagt ze, dat zegt genoeg… oké, ik dwaal af.
Terwijl ik een bord pasta al forno en daarna een pot augurken (het cliché is waargemaakt) naar achteren werk besluiten we dat we dit kunnen! Hoe weten we nog niet, maar ik weet wel dat jullie de komende tijd weer veel blogs en baby(kamer)updates kunnen verwachten van een chaotische, gestreste, maar o zo gelukkige moeder.

Elliot wordt een grote broer!!!!

Dagboek van Pippa de mops

schermafbeelding-2016-10-18-om-19-58-39
7:45
Nou, daar gaan we weer. Iedere dag hetzelfde verhaal… ik wil me gewoon nog een keer omdraaien in mijn poef, maar nee, ik moet weer eens naar buiten met de baas. Dit zijn geen normale tijden.

8:00
Geen natte poten dus ik mag nog even boven op bed liggen bij het vrouwtje en het kleine mensje.
De baas gaat weg.

8:30
Het kleine mensje wordt wakker, heel irritant. Het vrouwtje haalt hem uit zijn bench en legt hem ook in bed neer. Zolang hij nog in zijn dwangbuis zit vind ik alles prima, dan kan hij niet dichtbij komen.

9:00
Vrouwtje en de kleine gaan naar beneden. Ik blijf lekker nog even liggen, doei.

9:45
Vrouwtje roept mij van onder aan de trap. Waar maakt ze zich druk om?
Laat me toch een keer met rust.

9:46
Ik hoor de zak met voer!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!

9:47
De kleine geeft mij tegenwoordig eten. Vrouwtje denkt waarschijnlijk dat ik hem daardoor leuk vind, maar het kan mij eigenlijk weinig schelen wie mij eten geeft… Het duurt allemaal wel erg lang als hij het doet.

9:48
De kleine heeft alles naast mijn bak gegooid. En bedankt!

9:49
Zo, alles op. Det truc is om alles zo snel mogelijk naar binnen te zuigen. Kauwen is nergens voor nodig.
Even uitbuiken op de poef.

10:30
Genoeg uitgebuikt. Ik hoor dat de kleine een koekje krijgt. Snel naar de keuken!

10:31
De kleine houdt het koekje precies voor mijn neus. Ik kon het bijna uit zijn hand eten.
Hij stopt het toch in zijn eigen mond.

10:34
HA! Weer heeft mijn taktiek gewerkt. Ik ga gewoon zo lang mogelijk bij het kleine mensje zitten tot hij me het laatste hapje van zijn koekje geeft.

10:35
Terug naar de poef!
Tijd voor een schoonheidsslaapje.

11:00
Ik mis Toto.

11:23
Botjes…

12:00
AUW!!!!
IS HET SOMS NORMAAL DAT IK HIER MET EEN SPEELGOEDHAMER UIT MIJN SLAAP GESLAGEN WORDT? Ik haat dat kleine mormel.

12:30
Halve boterham met pindakaas gekregen van de kleine. Wat een lieverd is het toch eigenlijk ook.

13:00
We gaan buiten wandelen. Ik mag los lopen.
Een soortgenoot heeft aan het begin van het park overgegeven. Het ruikt best lekker.

13:01
Even een likje.

13:02
Vrouwtje schreeuwt naar me. Wat de f*ck heb ik nou weer verkeerd gedaan? 

13:04
We kwamen nog een mops tegen. Ik heb even aan zijn kont geroken.

13:05
Best veel honden in dit park hebben een verleden met mishandeling. Laatst kwam ik een naakthond (buahahah!) tegen die uit een drugshol gered was. Dat is weer eens andere drugshond dan die op het vliegveld rondlopen.

13:06
Wat ben ik toch een lollige mops.

13:07
Maar bij die honden ruik ik liever niet aan de kont.

13:10
Wat kan gras toch lekker zijn. Als ik dood ga wil ik als een koe reïncarneren.

13:13
Het werkt wel op de darmen. Pak dat boterhamzakje er maar bij, vrouwtje.

13:15
Achter een paar ganzen aangerend. Wahahaha, wat een bange sukkels!

13:17
Ik zag een Duitse herder.
‘WAU!’ zei hij tegen me. Dat is ‘woef’ in het Duits.
Ik zei tegen hem dat hij gewoon Nederlands moest blaffen.
Hij was wel groot en sexy, dat wel.

13:20
Nog even in de bosjes gepiest. 

13:30
Terug op de poef.

14:23
Vrouwtje en de kleine zijn weg gegaan. Zomaar!!
Ze hebben mij achter gelaten….

14:24
Ohh…. wat moet ik nou. Straks zijn ze voor altijd weg.

14:25
Hoe moet het nou met eten?

14:26
Hoe lang zijn ze al weg??!?!

14:31
Ik moet misschien ook wat liever tegen die minikloon zijn.
Ik beloof dat ik van nu af aan lief zal zijn. Als ze maar terug komen! 

14:33
Misschien word ik eerder een koe dan ik had gedacht.

15:15
ZE ZIJN TERUG!!!!!!
Ik heb de kleine een likje aan zijn hand gegeven om te laten zien dat ik hem best een beetje aardig vind. 

15:35
Hahahahahahahahahahahahahahahaha!
Die kleine had het laatje ontdekt waar alle snoepjes in zitten en hij heeft ALLE botjes op de grond gegooid. I love you i love you i love you i love you!

15:37
Nou, dat was ook leuk zolang het duurde. Dank je wel, vrouwtje, dat je dit “bonding-moment” compleet hebt verpest. 

15:38
Wat moet ik nou met één botje?

16:00
Tegen de hond van Brandweerman Sam geblaft. Wegwezen, stomme teef, dit is mijn huis!

16:01
Vrouwtje is weer boos. Ik weet niet waarom. Ik help alleen maar met andere honden uit huis te houden. Ik bescherm ze notabene! Ze bekijken het maar, ik blijf op de poef tot baasje thuis komt.

18:00
HIJ IS ER HIJ IS ER HIJ IS ER HIJ IS ER HIJ IS ER HIJ IS ER!
NAAR DE DEUR!!!!

18:05
Ow yissss ik krijg meteen eten. Met zalmsaus!

19:00
Vrouwtje en de baas klagen dat ik uit mijn mond stink, maar ze doen zelf zalmsaus over mijn eten. Wat willen jullie nou? Ik ruik jullie de hele dag en met mijn reuk is dat geen pretje, kan ik jullie vertellen.

19:26
Wat een rust, het kleine mens is naar bed. Meestal mag ik nu op de bank liggen.

19:55
Het mag. Ik moet wel een paar kussens inleveren. Nu lig ik nog maar op één kussen.
Wat een rotleven.

19:58
Misschien krijg ik er een paar terug als ik de voeten van de baas lik.

20:00
Het lukt niet, maar het is wel lekker zoutig.

20:04
Pfoe, even drinken hoor. Heb er dorst van gekregen.

20:07
Ik moet weer eens naar buiten.

20:19
Het regende dus we zijn snel weer naar huis gegaan nadat ik had gepoept. Ik haat poepen in de regen!

20:23
Terug op de poef.

21:00
De bazen liggen allebei te slapen. Even kijken of ik me tussen hun in kan wurmen. Het is tenslotte toch mijn nest.

22:30
INBREKER INBREKER INBREKER INBREKER!

22:32
Hahahahahahahahahahaha. Wat een goeie.
Ze schrokken zich rot.

22:36
Oh, nu gaan ze naar bed. Mag ik eerst nog even plassen voor jullie naar boven gaan?

22:53
Het traphekje staat open, ik ga me naar boven wagen. 

23:15
Yes, ik mag boven blijven slapen. Lekker warm.

0:00
Terug op de poef. Vrouwtje vond dat ik te hard snurk, maar de waarheid is dat ze dat zelf gewoon is.
Whatevs. Welterusten!